ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0337
Rechtbank 's-Gravenhage · 25-01-2006 · zaaknummer KG 05/1551
Inhoudsindicatie
Eindvonnis in het kort geding betreffende de door de verzekeraars in rekening gebrachte premies voor zorgverzekeringen sinds de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet, per 1 januari 2006. De drie Nederlanders die persoonlijk als eiser optreden, zijn naar hun zeggen geconfronteerd met soms aanzienlijk hogere premies dan vóór 1 januari 2006 golden. In het tussenvonnis van 30 december 2005 (LJ-nummer AU8874) had de rechtbank al beslist dat er – binnen het beperkte kader van dit kort geding, waarin de Staat geen partij is – geen reden is om de nieuwe wetgeving buiten toepassing te laten. In het tussenvonnis had de rechtbank de verzekeraars ook gelast om nadere informatie te verschaffen zowel over de premiestelling als over de dekking van de afzonderlijke pakketten, en dit over de jaren 2003 tot en met 2006. Nadat dit kort geding was aangespannen, hebben de verzekeraars aangepaste voorstellen aan hun verzekerden gedaan. De rechtbank heeft beoordeeld of deze voorstellen, gegeven de bestaande relatie tussen deze verzekeraars en de drie bedoelde verzekerden, “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn”. Dit oordeel valt voor de eisende partijen negatief uit. Er is geen grond voor ingrijpen van de rechter. Daarom zijn de vorderingen afgewezen.
Rechters
Advocaten
- A.J.H.W.M. Versteeg
- H.J.A. Knijff
- J. Braaksma
- J. Ekelmans
- P.V.F. Bos
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
