ECLI:NL:RBSGR:2005:AX5890
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-12-2005 · zaaknummer AWB 05/52094, 05/52093
Inhoudsindicatie
AC-procedure / geloofwaardigheid asielrelaas / genitale verminking / artikel 3 EVRM. Verzoekster, van Eritrese nationaliteit, heeft haar land verlaten omdat haar moeder is opgepakt vanwege het Pinkstergeloof. Weliswaar heeft verweerder artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw 2000 kunnen tegenwerpen, maar verweerders standpunt ten aanzien van de geloofwaardigheid van verzoeksters relaas is ondeugdelijk gemotiveerd. Hierbij wordt mede betrokken hetgeen in het ambtsbericht over Eritrea van februari 2005 is opgenomen over de vervolging van aanhangers van nieuwe religies, zoals het Pinkstergeloof, de leeftijd van verzoekster, haar ontwikkelingsniveau en de angstige situatie waarin zij verkeerde na de verdwijning van haar moeder. Niet uitgesloten is dat verweerder, uitgaande van de geloofwaardigheid van verzoeksters verklaringen, bij de beoordeling van de zwaarwegendheid tot een andere afweging zou zijn gekomen. Uit het ambtsbericht en uit WBV 2005/41 blijkt dat er bij terugkeer naar het land van herkomst sprake kan zijn van een reëel risico ex artikel 3 EVRM, als een Eritrees meisje nog niet is besneden. Het is niet bekend of de Eritrese autoriteiten in staat zijn effectief bescherming te bieden tegen genitale verminking. Verweerder heeft het beleid zoals neergelegd in C1/4.3.3. Vc 2000 in het onderhavige geval niet juist heeft toegepast. Uit het rapport van nader gehoor blijkt dat het onderwerp genitale verminking niet zorgvuldig is besproken, dat verzoekster is gehoord in het bijzijn van twee mannelijke ambtenaren en dat zij niet uitdrukkelijk en bewust van het horen door een vrouwelijke ambtenaar en tolk heeft afgezien. Voorts is niet duidelijk wat er aan verzoekster over dit onderwerp is uitgelegd en of verzoekster een en ander heeft begrepen. Verweerder heeft zonder zelf onderzoek te (laten) verrichten of een aanvullend gehoor af te nemen door een vrouwelijke ambtenaar in het bijzijn van een vrouwelijk tolk – zoals door verzoekster is verzocht - dan wel verzoekster zelf in staat te stellen nader medisch onderzoek te doen het bestreden besluit genomen. Voor de vraag of verzoekster het risico loopt bij terugkeer naar haar land van herkomst op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM is of dat risico bij terugkeer aannemelijk is. Gelet op de korte termijnen van de onderhavige procedure en op de brief van het MOA, waaruit volgt dat het door verzoekster verzocht medische onderzoek niet op korte termijn kon plaatsvinden, kon verweerder de aanvraag niet afdoen binnen de ac-procedure. Met betrekking tot de verlening van een amv-vergunning wordt het volgende overwogen. In het ambtsbericht staat dat de groepstehuizen voor de opvang van wezen en kinderen voor het laatst in 1998 zijn geëvalueerd en dat het tehuizen zijn voor kinderen die nog in Eritrea verblijven en nimmer het land hebben verlaten. In het ambtsbericht staat uitdrukkelijk dat men nog geen ervaring heeft opgedaan met teruggekeerde minderjarige asielzoekers, dat de UNHCR gedwongen terugkeer niet verantwoord acht en dat het mogelijk is dat minderjarigen die geen of onjuiste identiteitspapieren hebben, in het leger terechtkomen. Verweerder heeft gehandeld in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. Beroep gegrond, afwijzing beroep.
Rechters
Advocaten
- C.A.J.M. Snijders
- E.T.P. Scheers
Partijen
OC B
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
