ECLI:NL:RBSGR:2005:AV7716
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-11-2005 · zaaknummer AWB 04/57343, 04/57099
Inhoudsindicatie
Afgeleid vluchtelingenschap / artikel 29, eerste lid, onder e en f, Vw 2000. Verweerder heeft de aanvraag van eisers tot verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen, omdat eisers geen documenten hebben overgelegd ter staving van hun relaas. Eisers zoon heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en aan hem zal waarschijnlijk een vergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Eisers stellen dat het besluit van verweerder om aan eisers geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te geven onzorgvuldig is voorbereid en berust op een onvoldoende draagkrachtige motivering. Naar de mening van eisers kan verweerder het argument van toerekenbare ongedocumenteerdheid niet meer aan hen tegenwerpen wegens strijd met het vertrouwensbeginsel. Een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000 kan worden verleend aan de vreemdeling die als echtgenoot of echtgenote of minderjarig kind feitelijk behoort tot het gezin van de vreemdeling. De in deze bepaling aan de minister toegekende beleidsvrijheid wordt aangewend volgens de beleidsregels neergelegd in paragraaf C1/4.6.1 Vc 2000. Blijkens die paragraaf kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000 worden verleend aan de echtgenoot of echtgenote of het minderjarig kind van de vreemdeling die een verblijfstitel heeft verkregen op basis van een van de gronden a tot en met d. De gezinsleden dienen, om voor verblijf in aanmerking komen, feitelijk te behoren tot het gezin van degene bij wie verblijf in Nederland wordt beoogd en kinderen behoren niet langer tot het gezin en worden niet langer als afhankelijk van de hoofdpersoon beschouwd, indien de gezinsband als (feitelijk) verbroken kan worden beschouwd. De rechtbank acht dit beleid niet onredelijk. Uit de tekst van de wet en het hierboven uiteengezette beleid, blijkt dat uitsluitend aan de echtgenoot, echtgenote of het minderjarig kind (dat behoort tot het gezin) van de hoofdpersoon een verblijfsvergunning kan worden verleend. Tevens blijkt hieruit dat er bij toepassing van deze grond sprake dient te zijn van een afhankelijke positie van de hoofdpersoon. Aangezien de dochters van eisers de zussen van de hoofdpersoon zijn en zich dus niet in een situatie ten opzichte van die hoofdpersoon bevinden die is weergegeven in voornoemd artikel, faalt het beroep op dit artikel. Verweerder heeft mitsdien terecht overwogen dat de dochters van eisers niet hebben voldaan aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- I.N. Schalken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
