Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7376

Rechtbank 's-Gravenhage · 29-03-2005 · zaaknummer AWB 04/41249

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Goede procesorde / refoulement / verdenking van terroristische activiteiten / artikelen 3 en 13 EVRM. Eiser, een Turk, die in voorlopige hechtenis zat wegens verdenking van terroristische activiteiten, was niet bij de behandeling van het beroep aanwezig. De rechtbank houdt de behandeling aan en roept eiser in persoon op. Verweerder heeft eiser echter een dag voor de zitting uitgezet. Alhoewel ingevolge artikel 82, vierde lid, Vw 2000 vanwege de vrijheidsontneming van eiser de werking van het door eiser ingestelde beroep niet langer opschortende werking had, acht de rechtbank onder de beschreven omstandigheden het beginsel van een goede procesorde ernstig geschonden. De (processuele) belangen van eiser zijn geschaad nu eiser, die was opgeroepen in persoon ter zitting te verschijnen, het onderzoek ter zitting niet heeft kunnen bijwonen en eiser de uitspraak in beroep niet heeft mogen afwachten. Door eiser voortijdig uit te zetten heeft verweerder eiser op voorhand het recht op hoor en wederhoor ter zitting en de mogelijkheid van effectieve rechtsbescherming ontnomen, hetgeen onder de gegeven omstandigheden in strijd moet worden geacht met de strekking van het in het Vluchtelingenverdrag neergelegde verbod van refoulement en artikel 3 EVRM. Dit klemt temeer nu verweerder ermee bekend was dat eiser in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht omdat hij (met anderen) van deelname aan terroristische activiteiten in Nederland (Liempde) voor de PKK/KADEK werd verdacht. De feiten daaromtrent hebben landelijke bekendheid gekregen. Te verwachten viel ook, zoals uiteindelijk ter zitting is geschied, dat eisers gemachtigde in het licht van artikel 83 Vw 2000, de verdenking die jegens eiser is gerezen zou inroepen als nieuw feit, op grond waarvan eiser bij terugkeer naar Turkije eens temeer zou hebben te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 EVRM. Door de handelwijze van verweerder acht de rechtbank het beginsel van een goede procesorde en het, ook in artikel 13 EVRM neergelegde, beginsel van effectieve rechtsbescherming zodanig geschaad dat reeds hierom het beroep gegrond dient te worden verklaard.

Advocaten

  • Y. Tamer

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.