Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT7136

Rechtbank 's-Gravenhage · 21-02-2005 · zaaknummer AWB 03/48939

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Openbare-ordebeleid / toetsing / toepasselijk recht. Aan welk openbare-ordebeleid dient verweerder te toetsen indien het eerste primaire besluit dat vóór de inwerkingtreding van de Vw 2000 is genomen is vernietigd en het nieuwe primaire besluit en het (bestreden) besluit op bezwaar ná de inwerkingtreding van de Vw 2000 zijn genomen? In het bestreden besluit heeft verweerder, volgens hem geheel ten overvloede, getoetst aan het beleid inzake openbare orde, zoals dat gold onder de Vw 1965. Uit het bestreden besluit volgt dat verweerder in dit verband enkel de veroordeling door de meervoudige strafkamer van de rechtbank tot een taakstraf van 240 uren onbetaalde arbeid ten algemene nutte in plaats van zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met bijzondere voorwaarden, wegens het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder B, Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, alsmede opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid onder C, Opiumwet gegeven verbod, aan eiser tegenwerpt. Verder geeft verweerder in het besluit aan dat de pleegdatum 17 april 2000 is en dat het vonnis op 24 augustus 2000 onherroepelijk is geworden. Verweerder komt vervolgens tot de conclusie dat deze veroordeling onder de Vw 1965 tot afwijzing van de aanvraag kon leiden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de weergegeven toetsing aan de onder de Vw 1965 geldende regelgeving omtrent openbare orde, niet voldoende in acht heeft genomen dat hij zich bij de heroverweging rekenschap diende te geven van de vraag of eiser ten tijde van het primaire besluit van 2 februari 1999, gelet op de op dat moment bekende feiten en het op dat moment geldende recht, in aanmerking kwam voor de gevraagde verblijfsvergunning. Het strafbare feit dat verweerder eiser heeft tegengeworpen, was ten tijde van het besluit van 2 februari 1999 immers nog niet gepleegd. Bovendien ziet de rechtbank niet in dat de veroordeling die verweerder aan eiser heeft tegengeworpen ten tijde van het besluit van 2 februari 1999 geldende beleid, destijds kon leiden tot weigering van de gevraagde vergunning tot verblijf, nu de taakstraf niet in het beleid genoemd wordt. Beroep gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.