ECLI:NL:RBSGR:2005:AT6323
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-05-2005 · zaaknummer AWB 04/20515, 04/20516
Inhoudsindicatie
Mvv-vereiste / artikel 8 EVRM. Ten aanzien van de grief van eiser, dat het stellen van het mvv-vereiste in zijn geval in strijd is met artikel 8 EVRM, overweegt de rechtbank als volgt. De door verweerder uit de Afdelingsuitspraak 200403858/1 van 12 oktober 2004 afgeleide stelling, inhoudende dat er bij de vraag of het mvv-vereiste aan een vreemdeling kan worden tegengeworpen in het geheel geen ruimte is voor een toetsing aan artikel 8 EVRM, acht de rechtbank te verstrekkend. Wel is de rechtbank van oordeel dat in het algemeen kan worden gesteld dat de uit het mvv-vereiste voortvloeiende verplichting om Nederland te verlaten in beginsel tijdelijk van aard is, zodat niet snel sprake zal zijn van strijd met artikel 8 EVRM. Dat zal eerst dan aan de orde kunnen komen indien reeds van tevoren vast zou staan dat de mvv-procedure zal leiden tot een langdurige ontwrichting van het familie- of gezinsleven. Van een dergelijke situatie is in het geval van eiser niet gebleken. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Advocaten
- P. Scholtes
- W.B. Klaus
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
