Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2005:AT1595

Rechtbank 's-Gravenhage · 17-03-2005 · zaaknummer 09/900667-04

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De raadsman heeft in raadkamer bepleit dat de wet DNA-onderzoek bij gedetineerden in tegenspraak is met het in artikel 8 Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) vastgelegde recht op 'private-life'. De mogelijkheid om DNA-materiaal af te nemen zonder een onherroepelijke veroordeling levert een schending op van de privacy van de betrokkene. ... De rechtbank oordeelt als volgt. Ten aanzien van artikel 8 EVRM: Op zichzelf kan het bevel van de officier van justitie tot het afnemen van celmateriaal ten behoeve van het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van klager beschouwd worden als een inmenging van het openbaar gezag in de uitoefening van het in het eerste lid van artikel 8 EVRM vastgelegde recht op 'private life'. Beoordeeld dient te worden of deze inmenging voldoet aan de aan de toelaatbaarheid daarvan in het tweede lid van dit artikel gestelde voorwaarden. Het bevel is gegrond op de eerder genoemde Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en derhalve voorzien bij de wet. Volgens de considerans van voornoemde wet heeft de wet het doel "[...] bij te dragen aan de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten [...]" en volgens het bepaalde in artikel 2 lid 5 van de wet worden de DNA-profielen ook slechts voor dat doel verwerkt. Het doel dat de wet beoogt te dienen ligt daarmee in de sfeer van handhaving van de openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten. Uit het bepaalde in artikel 1, eerste lid sub a, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden valt af te leiden dat het DNA-onderzoek in de zin van deze wet slechts is gericht op het vergelijken van DNA-profielen. Het DNA-profiel dient dan ook slechts als middel ter identificatie. Mede gelet op dit beperkte gebruik van de DNA-gegevens kan aangesloten worden bij de vaste jurisprudentie dat het bijhouden van data die betrekking hebben op strafzaken uit het verleden noodzakelijk is in een democratische samenleving ter voorkoming van strafbare feiten (ECieRM 18.03.1981 'McVeigh, O'Neill, Evans'). Evenmin bestaan er bezwaren om deze gegevens in andere zaken te gebruiken, ook als het nieuwe vergrijp geen verband houdt met het eerdere (ECieRM 29.11.1993 'Doorson'; 15.05.1996 'Kinnunen'). De omstandigheid dat betrokkene slechts in eerste aanleg en nog niet onherroepelijk veroordeeld is voor het hem ten laste gelegde feit doet aan het vorenstaande niet af. Op grond van bovenstaande acht de rechtbank het bevel tot het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet strijdig met artikel 8 EVRM.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.