Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2004:AT4520

Rechtbank 's-Gravenhage · 25-11-2004 · zaaknummer AWB 03/59979

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beroep / mvv-aanvraag / referentenprocedure . Tussen partijen is niet in geschil dat dit geding betrekking heeft op een hier te lande gedaan verzoek om advies omtrent een aanvraag van een mvv ten behoeve van eiser, een Afghaanse minderjarige, de zogenaamde referentenprocedure. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 12 januari 2004 geoordeeld dat een negatief advies over de afgifte van een mvv niet gelijk kan worden gesteld met een afwijzend besluit op een aanvraag om een mvv. Het oordeel is niet op rechtsgevolg gericht. De rechtbank neemt het oordeel en de overwegingen van de Afdeling over. Eiser verzoekt ondanks de Afdelingsuitspraak om hem te doen behandelen als ware hij in het bezit van een mvv, althans dat ontheffing wordt verleend van het hebben van een mvv. De bevoegdheid om onder omstandigheden een vreemdeling al dan niet van het mvv-vereiste vrij te stellen is toebedeeld aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Deze Minister is geen partij in dit geschil. Zelfs bij toewijzing van eisers verzoek kan dit geen gevolg hebben voor zijn toelating tot Nederland en zijn aanspraak op een vergunning tot verblijf in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen belang heeft bij dit verzoek. Daaraan doet niet af dat er in dit geval sprake is van een situatie waarin niet door de wetgever in de Vreemdelingenwet of de daarop gebaseerde regelgeving is voorzien. Eiser is een minderjarig kind zonder wettelijk vertegenwoordiger dat zich bovendien niet bevindt in zijn land van herkomst. Gelet op zijn leeftijd kan eiser niet zelfstandig in zijn land van herkomst of in het land van bestendig verblijf een mvv-aanvraag indienen. Nu eiser ook geen wettelijke vertegenwoordiger heeft en, naar eiser stelt, daarin ook niet kan worden voorzien, kan hij eveneens niet via deze weg een aanvraag indienen. De vraag of deze bijzondere omstandigheden ertoe moeten leiden dat de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie bij de beoordeling van een aanvraag voor een verblijfsvergunning redelijkerwijs gebruik moet maken van de haar in artikel 3:71, lid 4, Vb gegeven bevoegdheid, is een vraag die de rechtbank niet in deze procedure tegen verweerder kan beantwoorden. Aangezien de bevoegdheid om op een aanvraag mvv te beslissen berust bij verweerder en de bevoegdheid om op een aanvraag voor een verblijfsvergunning te beslissen berust bij de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, is het in beginsel aan de wet- of regelgever in deze lacune, zo deze er is, te voorzien. Beroep gegrond, bezwaar niet-ontvankelijk.

Advocaten

  • J.A. Younge

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.