ECLI:NL:RBSGR:2004:AS8386
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-11-2004 · zaaknummer AWB 04/46742, 04/46746
Inhoudsindicatie
Vervolging / huiselijk geweld. De rechter overweegt dat de problemen van verzoekster in principe niet zijn te herleiden een van vervolgingsgronden van het Vluchtelingenverdrag. Dit kan echter anders zijn indien de dader discriminerende motieven had en de staat geen bescherming verleende of de staat geen bescherming bood vanuit discriminerende motieven. Haar man mishandelde haar omdat ze zich niet hield aan de soennitische levenswijze en hij liet zich laatdunkend uit over haar geloof. Verzoekster heeft enkele keren tevergeefs aangifte gedaan. De wijze waarop ze door de politie werd benaderd had te maken met haar religieuze afkomst. Verweerder kan niet zonder nadere motivering stellen dat verzoekster onvoldoende heeft gedaan om bescherming te verkrijgen. Verweerder heeft voorts onvoldoende onderzocht of verzoekster een vestigingsalternatief heeft gelet op de verklaring van het blijf-van-mijn-lijfhuis dat ze daar niet meer terecht kan. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- J.M. Langenberg
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
