ECLI:NL:RBSGR:2004:AS5258
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-12-2004 · zaaknummer AWB 04/41659
Inhoudsindicatie
Noord-Irak / herhaalde aanvraag / categoriaal beschermingsbeleid. Eiser heeft bij zijn herhaalde aanvraag stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn persoonlijke vrees voor de Islamitische Yakboen Beweging en de Hamawandi-stam. Ten aanzien van deze stukken oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van nieuwe feiten in de zin van artikel 4:6 Awb. Eiser heeft tevens een beroep gedaan op de gewijzigde algehele slechte situatie in Noord-Irak. In tegenstelling tot hetgeen verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen, kan de gewijzigde situatie wel worden aangemerkt als een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb in het kader van de toetsing aan het bepaalde in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000, aldus de rechtbank. Nu verweerder in het bestreden besluit tevens materieel is ingegaan op het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid heeft de rechtbank geen consequenties verbonden aan het oordeel dat verweerder ten onrechte artikel 4:6, tweede lid Awb heeft toegepast. Volgens de rechtbank heeft verweerder zich eveneens in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat op grond van de informatie vervat in het ambtsbericht van 25 juni 2004 een beleid van categoriale bescherming ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Noord-Irak gelet op de indicatoren, neergelegd in artikel 3.106, Vb 2000, niet is geïndiceerd. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder direct na beëindiging van het vertrekmoratorium ten aanzien van asielzoekers afkomstig uit Noord-Irak heeft besloten niet tot gedwongen uitzetting van deze asielzoekers over te gaan en dat deze situatie thans nog steeds voortduurt. De rechtbank oordeelt vervolgens dat verweerder, gelet op zijn beleid, neergelegd in paragraaf C1/6.3 Vc 2000, had moeten bezien of deze omstandigheid aanleiding geeft voor het voeren van een categoriaal beschermingsbeleid. Tevens acht de rechtbank van belang dat het ontstaan van de bevoegdheid tot uitzetting, gelet op de meeromvattende beschikking, bij het nemen van de beslissing op de aanvraag dient te worden betrokken. Beroep gegrond.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
