ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4909
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-11-2004 · zaaknummer AWB 04/7073
Inhoudsindicatie
Eritrea / geloofwaardigheid asielrelaas / desertie. De rechtbank stelt vast dat eiser geen documenten betreffende de door hem gevolgde reisroute heeft overgelegd, maar dat hij een specifieke en te verifiëren verklaring heeft afgelegd met betrekking tot de wijze waarop hij naar Nederland is gereisd en de datum waarop de reis heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank was verweerder derhalve gehouden een en ander tegen het licht te houden van hoofdstuk C1/5.8.3, onder b, Vc 2000. Nu verweerder zich hiervan onvoldoende rekenschap heeft gegeven en een wil tot medewerking eiser redelijkheidshalve niet kan worden ontzegd, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank derhalve aan het ontbreken van reisdocumenten in redelijkheid niet een zodanig gewicht mogen toekennen dat de geloofwaardigheid van hetgeen eiser aan zijn asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd reeds op voorhand was aangetast. Gelet op het feit dat eiser heeft gesteld eerder in aanvaring met de militaire autoriteiten van zijn land te zijn gekomen en dat de gedwongen deelname aan de oorlog in Sudan reeds als een bestraffing voor zijn opstandige gedrag dient te worden aangemerkt, is de rechtbank van oordeel dat verweerder deze omstandigheden had dienen te betrekken bij de oordeelsvorming met betrekking tot de vraag of eiser als deserteur in aanmerking dient te komen voor toelating als vluchteling. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
