ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4583
Rechtbank 's-Gravenhage · 29-10-2004 · zaaknummer AWB 04/22872
Inhoudsindicatie
'14-1-brief'. Eisers brief dient te worden aangemerkt als een verzoek aan verweerder om eiser op grond van artikel 3:4, derde lid, Vb 2000 een verblijfsvergunning te verlenen. Het betreft derhalve een verzoek om een bepaald, naar strekking concreet geduid besluit te nemen. De brief dient derhalve te worden aangemerkt als een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, Awb. De brief van verweerder, die strekt tot afwijzing van de aanvraag, is mitsdien, anders dan verweerder in het bestreden besluit heeft geoordeeld, aan te merken als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, Awb, waartegen bezwaar open stond. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit een draagkrachtige motivering ontbeert en is genomen in strijd met artikel 7:12 Awb. Nu verweerder het bezwaar op onjuiste gronden niet-ontvankelijk heeft geacht, heeft bovendien geen heroverweging van het primaire besluit plaatsgevonden als bedoeld in artikel 7:11 Awb. Met betrekking tot eisers beroep op de hoorplicht overweegt de rechtbank als volgt. Nu verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft geacht, heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Verweerder kon dan ook niet op grond van artikel 7:3, onder a, Awb van het horen van eiser afzien. Derhalve is sprake van schending van artikel 7:2 Awb. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.C.M. Nederveen
- C.E. McLean-Laurman
- I. PROCESVERLOOP
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
