ECLI:NL:RBSGR:2004:AR5730
Rechtbank 's-Gravenhage · 15-11-2004 · zaaknummer 09/757611-03
Inhoudsindicatie
Ter terechtzitting heeft de raadsman een préliminair verweer gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vervolging, omdat het heeft gehandeld in strijd het met het gestelde in artikel 126aa van het Wetboek van Strafvordering en het gestelde in het Besluit regels omtrent vernietiging van gegevens. De rechtbank overweegt dat kennelijk met geheimhouders getapte gesprekken ten onrechte zeer geruime tijd (ongeveer 1 jaar) deel hebben uitgemaakt van het procesdossier en dat zich wellicht thans nog één of meer van deze gesprekken in het dossier bevinden. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat dit doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen en rechten van verdachte heeft plaatsgevonden. Niettemin is de rechtbank niet in staat te toetsen in hoeverre genoemde gesprekken richtinggevend zijn geweest voor het onderzoek. Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank geen andere mogelijkheid dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te verklaren.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
