ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3411
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-09-2004 · zaaknummer AWB 03/26987
Inhoudsindicatie
Mvv-vereiste / vrijstellingsgronden / discriminatie. De rechtbank ziet zich geplaatst voor beantwoording van de vraag of de ongelijke behandeling van een Nederlander ten opzichte van een gemeenschapsonderdaan met betrekking tot het mvv-vereiste bij aanspraken in het kader van gezinshereniging, strijdig is met het discriminatieverbod ex artikel 26 IVBPR. De rechtbank concludeert dat er sprake is van een onderscheid naar de status van het wel of niet zijn van (echtgenoot van een) gemeenschapsonderdaan. De beperking van de vrijstelling die voortvloeit uit artikel 17, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000, tot (echtgenoten van) die personen is naar het oordeel van de rechtbank gerechtvaardigd nu enerzijds het gemeenschapsrecht door de nationale wetgever dient te worden gerespecteerd, maar anderzijds, gelet op het doel van het mvv-vereiste, er een te respecteren belang bij bestaat om de reikwijdte van de uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende uitzondering zo beperkt mogelijk te houden. Dat verweerder, vanuit een oogpunt van een restrictief toelatingsbeleid, de mvv-plicht handhaaft voor de overige vreemdelingen als eiseres waarbij geen sprake is van toepasselijkheid van het bepaalde in artikel 17, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook gebaseerd op redelijke en objectieve gronden.
Advocaten
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie te ’s-Gravenhage
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
