ECLI:NL:RBSGR:2004:AR3093
Rechtbank 's-Gravenhage · 31-08-2004 · zaaknummer AWB 02/72600
Inhoudsindicatie
Intrekking verblijfsvergunning / artikel 1F VSV / artikel 3 EVRM. De rechtbank constateert dat de thans bekende gegevens ten aanzien van eisers werkzaamheden voor de DVPA en de KhAD, beschouwd in het licht van het latere ambtsbericht van 29 februari 2000 aan vergunningverlening in de weg zouden hebben gestaan, aangezien die voldoende grond bieden voor het oordeel dat er ernstige redenen bestaan om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen ex artikel 1F VSV. Desondanks oordeelt de rechtbank onder verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 2 juni 2004 dat, omdat het bestreden besluit er niet afdoende blijk van geeft dat is onderzocht of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen zijn uitzetting naar het land van herkomst, het niet op basis van zorgvuldig onderzoek tot stand is gekomen. De mededeling van verweerder ter zitting dat de uitzetting van eiser niet met zoveel woorden is benoemd als rechtsgevolg omdat artikel 3 EVRM zich tegen de uitzetting verzet, acht de rechtbank niet toereikend om te kunnen concluderen dat aan het besluit zelf vorenbedoeld onderzoek en de in dat verband vereiste belangenafweging ten grondslag is gelegd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
