Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2585

Rechtbank 's-Gravenhage · 25-06-2004 · zaaknummer AWB 03/3732, 03/3733

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Gezag rechterlijke uitspraak / rechtsmiddelen. In de uitspraak van 6 augustus 2003 heeft de Afdeling overwogen dat het niet instellen van hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, waarbij de beroepsgronden uitdrukkelijk zijn verworpen, tot gevolg heeft dat de rechtbank in het beroep tegen een nieuwe beslissing op de aanvraag heeft uit te gaan van de juistheid van het oordeel in de eerdere uitspraak. De Afdeling overweegt dat het ten tweede male beoordelen het gezag van de rechterlijke uitspraak waartegen geen rechtsmiddel is aangewend miskent. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat in het geval het bestuursorgaan geen hoger beroep instelt tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, de rechtbank in het beroep tegen de nieuwe beslissing heeft uit te gaan van de juistheid van een zonder voorbehoud gegeven rechtsoordeel in de eerdere uitspraak. In de uitspraak van rechtbank Zwolle is overwogen dat de rechtbank ervan uitgaat dat eiser gechanteerd werd door twee leden van de Pasderan. De rechtbank acht denkbaar dat de geluidsopnamen ter kennis zouden komen van de Iraanse autoriteiten. Mede in aanmerking genomen de gestelde inhoud van de geluidsopname is de rechtbank van oordeel dat eisers hierdoor gegronde vrees hebben voor vervolging. Het standpunt van verweerder dat geen sprake is van gegronde vrees voor vervolging omdat het asielrelaas niet aannemelijk is, kan daarom niet worden aanvaard. De stelling van verweerder dat de rechtbank in haar uitspraak van 15 augustus 2002 uitsluitend een oordeel heeft geveld over het argument van verweerder dat niet aannemelijk is dat de chanteurs de geluidsopname zouden afgeven omdat dan hun eigen oplichterpraktijken aan het licht zouden komen, kan niet worden gevolgd. Verweerder kan niet zonder nadere redengeving met een beroep op artikel 31 onder c en f, Vw 2000 het asielrelaas afwijzen op de grond dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij gegronde vrees voor vervolging hebben. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.