Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2459

Rechtbank 's-Gravenhage · 28-07-2004 · zaaknummer AWB 04/23310, e.v.

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afghanistan / artikel 1F VSV / ongewenstverklaring / artikel 3 EVRM. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot ongewenstverklaring en tegen verweerders ambtshalve besluit dat er, gelet op de gewijzigde situatie in Afghanistan, ten aanzien van verzoeker bij terugkeer naar dat land niet langer sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst geplaatst voor de vraag hoe verweerders conclusie met betrekking tot artikel 3 EVRM moet worden geduid. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er sprake van een schriftelijke beslissing van verweerder, gericht op een rechtsgevolg, namelijk het beëindigen van eisers gedoogsituatie als gevolg waarvan uitzetting mogelijk wordt. Verweerders besluit is derhalve aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen reden om verweerder te volgen in het standpunt dat het schrijven aan de vreemdeling, waarin wordt gesteld dat artikel 3 EVRM niet langer aan uitzetting naar Afghanistan in de weg staat, dient te worden gelezen als een schriftelijke weergave van een feitelijke handeling, zijnde het voornemen om verzoeker uit Nederland te verwijderen. Het beroepschrift wordt ex 6:15 Awb doorgestuurd naar verweerder ter behandeling als bezwaarschrift. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan nog een reëel risico loopt van schending van artikel 3 EVRM en is het bestreden besluit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter rechtmatig. Met betrekking tot de ongewenstverklaring oordeelt de voorzieningenrechter dat uit verzoekers bezwaarschrift niet aanstonds bleek dat zijn bezwaren ongegrond zijn en dat er in redelijkheid geen twijfel kan bestaan over deze conclusie. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat ten tijde van het primaire besluit ten aanzien van verzoeker nog moest worden geoordeeld dat, gelet op zijn gedoogsituatie, zijn uitzetting in strijd werd geacht met artikel 3 EVRM. Tevens zijn er onduidelijkheden ten aanzien van verzoekers gezinsleven in Nederland. Er bestond naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om verzoeker te horen. Het bestreden besluit is derhalve genomen in strijd met artikel 7:2, eerste lid, Awb. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

  • J.M. Walls

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.