ECLI:NL:RBSGR:2004:AR2283
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-09-2004 · zaaknummer 09.920040.04
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een meisje, rond het terrein van het doveninstituut Effatha. Verdachte is daarvan vrijgesproken. De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
Advocaten
- G.J.A.M. Rasker
- T. van der Heijden
Officier van justitie
- G.J.A.M. Rasker
officier van justitie
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
