ECLI:NL:RBSGR:2004:AP4438
Rechtbank 's-Gravenhage · 23-06-2004 · zaaknummer AWB 03/45811
Inhoudsindicatie
Mvv / referentprocedure / formele rechtskracht. De rechtbank is van oordeel dat het haar ten aanzien van onderwerpen van openbare orde waarover zij ambtshalve een oordeel dient te vellen, in het bijzonder de onderwerpen die de toegang tot de rechtsbescherming betreffen, niet vrijstaat in de tweede bodemzaak anders te oordelen dan in de eerste bodemzaak. In de eerste bodemzaak kon tot een inhoudelijke beoordeling van het beroep worden gekomen, nadat was geoordeeld dat eisers toegang tot het algemene stelsel van de rechtsbescherming hadden. Vereist was dat de beslissing waartegen het bezwaar was gericht een besluit was. Het is daarbij van belang dat verweerder op grond van die uitspraak gehouden was opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van wat de rechtbank inhoudelijk over het punt dat partijen verdeeld hield, had geoordeeld. Door de eerdere uitspraak stond het verweerder dus niet meer vrij het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank acht het van bijzondere betekenis dat het ten tijde van de eerdere uitspraak en het nieuwe besluit op bezwaar, vaste jurisprudentie was dat een beslissing in het kader van de referentprocedure een besluit was. Dat het bezwaar door verweerder ontvankelijk is geacht is derhalve niet evident onjuist. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder bij afweging van alle belangen niet tot het oordeel heeft kunnen komen dat artikel 8 EVRM niet tot een verblijfsvergunning leidt. Beroep gegrond.
Advocaten
- H.B. Boogaart
- P. van den Berg
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
