ECLI:NL:RBSGR:2004:AP2159
Rechtbank 's-Gravenhage · 28-05-2004 · zaaknummer AWB 02/64071 e.v.
Inhoudsindicatie
Azerbeidzjan / etnische Armeniër / verblijfsalternatief. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in de periode van 1988 tot en met 1992 in Azerbeidzjan sprake was van groepsvervolging jegens etnisch Armiërs en gemengd gehuwden. Uit het ambtsbericht van 14 augustus 2001 kan niet worden afgeleid dat personen van etnisch Armeense afkomst en gemengd gehuwden die Azerbeidzjan in de periode van 1988 tot en met 1992 hebben verlaten ten tijde van de bestreden besluiten bij terugkeer niet meer zouden hebben te vrezen voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd dat de vrees van eisers voor problemen in Azerbeidzjan vanwege die afkomst geen rechtsgrond voor verlening van een verblijfsvergunning vormt. Onder verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 24 juli 2002 is de voorzieningenrechter van oordeel dat uit de beslissingen niet blijkt dat verweerder zich bij beantwoording van de vraag of aan eisers een vlucht- dan wel vestigingsalternatief kan worden tegengeworpen in de enclave Nagorno Karabach, rekenschap heeft gegeven van het in hoofdstuk C1/3.3 Vc 2000 voorgeschreven beoordelingskader. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- P. Bouman
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
