ECLI:NL:RBSGR:2004:AP0194
Rechtbank 's-Gravenhage · 25-05-2004 · zaaknummer AWB 04/20217, 04/20214
Inhoudsindicatie
AC-procedure / Somalië / interim measures. De rechtbank stelt vast dat de president van het EHRM in de voorlopige maatregel van 30 april 2004 heeft gemotiveerd waarom de Nederlandse Staat wordt verzocht de desbetreffende vreemdeling niet uit te zetten. De president van het EHRM heeft hierbij de huidige situatie in Noord-Somalië in aanmerking genomen, alsmede de afwezigheid van effectieve autoriteiten die bescherming kunnen bieden, de omstandigheid dat de betreffende vreemdeling tot een minderheid behoort zonder familie- of clanbanden in Noord-Somalië en het ontbreken van de garantie dat de betreffende vreemdeling tot Noord-Somalië zal worden toegelaten. De rechtbank stelt voorts vast dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom verzoeker, ondanks het voorgaande zou kunnen terugkeren naar Somalië. Verweerder heeft slechts volstaan met het standpunt dat de interim measures niet met zich brengen dat Somalische zaken niet in het AC kunnen worden afgedaan en dat zij geen aanleiding vormen om het toelatings- of uitzettingsbeleid inzake Somalië te wijzigen. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
