Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7967

Rechtbank 's-Gravenhage · 11-11-2003 · zaaknummer AWB 01/13400

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

14-1-brief / afdoende reactie. De voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo heeft zich in de uitspraak d.d. 11 november 2003 gebogen over de vraag of een vreemdeling hangende bezwaar in de asiel-bodemprocedure belang heeft bij de behandeling van zijn verzoek om een voorlopige voorziening in de situatie dat zijn (hangende die bezwaarfase ingezonden) '14-1-brief' door de minister is beantwoord. Het draait in casu om de toezegging van de minister om, behoudens in zaken waarin sprake is van contra-indicaties, geen onomkeerbare stappen te nemen ten aanzien van vreemdelingen die de minister bij '14-1-brief' hebben verzocht gebruik te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid tot die brief is beantwoord. De voorzieningenrechter wijst daarbij op o.a. de door de minister aan VluchtelingenWerk gestuurde brief d.d. 18 april 2003, waarin wordt het volgende wordt aangegeven: “De beëindiging van de opvangvoorzieningen van de personen, dan wel hun verwijdering uit Nederland, kan niet plaatsvinden, alvorens de “14-1” brief inhoudelijk is beoordeeld.” De gemachtigde van verweerder meent dat deze toezegging ten aanzien van de betreffende vreemdeling is komen te vervallen nu zijn '14-1-brief' 'afdoende' is beantwoord en verwijst daartoe naar het debat dat in de Tweede Kamer is gevoerd over de eenmalige regeling voor asielzoekers. In die beantwoording stond echter slechts vermeld dat het kabinet een eenmalige regeling heeft vastgesteld en dat de '14-1-brief' van de vreemdeling in het kader van artikel 4:84 Awb zal worden betrokken bij de nog te nemen beslissing op aanvraag. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee geen inhoudelijke beoordeling gegeven inzake het beroep op de inherente afwijkingsbevoegdheid. Verweerders standpunt dat de beantwoording, alhoewel niet een inhoudelijke beoordeling, niettemin een afdoende reactie vormt, wordt door de voorzieningenrechter daarom niet gedeeld. De voorzieningenrechter meent daarom dat bovenbedoelde toezegging nog steeds geldt en dat de vreemdeling, nu uitzetting vooralsnog achterwege dient te blijven, geen belang heeft bij de vovo. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Advocaten

  • P.J. Wapperom

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.