Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AM7801

Rechtbank 's-Gravenhage · 07-07-2003 · zaaknummer AWB 02/81299, 01/31606

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voortgezet verblijf na verbreking huwelijk / gezinsleven. Eiser heeft een vtv voor verblijf bij Nederlandse echtgenote. Het huwelijk is feitelijk verbroken. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van de vtv en een wijziging van de beperking waaronder de vtv is verleend. Eiser stelt in aanmerking te komen voor voortgezet verblijf op grond van Associatiebesluit 1/80 en stelt dat sprake is van artikel 8 EVRM. Ten aanzien van het beroep op het Associatiebesluit 1/80 is de rechtbank van oordeel dat de overgelegde arbeidsovereenkomst van eiser eerst in beroep is overgelegd en dat deze arbeidsovereenkomst, gelet op het ex tunc karakter in beroep, niet kan worden betrokken in de beoordeling van de bestreden beschikking. Vaststaat dat tussen eiser en zijn Nederlandse zoon familie- of gezinsleven bestaat ex artikel 8 EVRM. Het niet langer toestaan van verblijf aan eiser is in casu een inmenging in het gezinsleven van hem en zijn zoon. Verweerder dient een redelijke belangenafweging te maken tussen de belangen van het individu en die van de gemeenschap in zijn geheel. Ter zitting heeft eiser een beroep gedaan op TBV 2001/12 dat is uitgebracht naar aanleiding van de uitspraak Ciliz van het EHRM van 11 juni 2000. De rechtbank stelt dat op voet van de aangehaalde jurisprudentie ervan mag worden uitgegaan dat voortzetting van de contacten van eiser met zijn zoon van essentieel belang is, juist nu eisers zoon nog jong is. Niet in geschil is dat de omgangsregeling sinds de echtscheiding nog steeds wordt nagekomen. De rechtbank acht de voortzetting van een regelmatige omgang vanuit Turkije feitelijk niet realiseerbaar. Niet kan woren gezegd dat een belangafweging de belangen van eiser niet kunnen opwegen tegen die van verweerder. In de bestreden beschikking is onvoldoende gemotiveerd waarom de inmenging in het familie- en gezinsleven gerechtvaardigd is te achten, mede gelet op TBV 2001/12. Het beroep op artikel 8 EVRM slaagt. Beroep gegrond, toewijzing verzoek.

Advocaten

  • T. Catak

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.