ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8326
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-09-2003 · zaaknummer 01/37861
Inhoudsindicatie
Afghanistan / gouverneur / artikel 1F VSV. Eiser, afkomstig uit Afghanistan, is een verblijfsvergunning asiel geweigerd vanwege de functie die hij tijdens het communistische bewind heeft vervuld. De rechtbank stelt voorop dat artikel 1F Vluchtelingenverdrag (VSV) restrictief moet worden uitgelegd. In aanmerking genomen dat eiser over zijn functie als gouverneur van Kabul consistente verklaringen heeft afgelegd, dat deze verklaringen niet op voorhand onaannemelijk zijn en dat ter zitting de verklaringen door twee informanten zijn bevestigd, oordeelt de rechtbank dat verweerder zich in redelijkheid niet zonder nader onderzoek op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser vanwege zijn functie als gouverneur verantwoordelijkheid draagt voor de misdrijven bedoeld in artikel 1F VSV. Gesteld noch gebleken is dat eiser lid was van de Revolutionaire Raad dan wel dat hij als lid van het Centraal Comité controlerende werkzaamheden verrichtte. Verweerder heeft in redelijkheid niet zonder nader onderzoek kunnen stellen dat vanwege het lidmaatschap van het Centraal Comité aangenomen moet worden dat eiser verantwoordelijkheid draagt voor de misdrijven ex artikel 1F VSV. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eiser heeft gesteld zich kritisch over het regime van Najibullah te hebben uitgelaten en zich in een oppositionele positie bevond. Het bestreden besluit is onvoldoende zorgvuldig voorbereid en het standpunt dat er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven ex artikel 1F VSV is onvoldoende draagkrachtig gemotiveerd. Verweerder heeft niet getoetst aan artikel 3 EVRM, omdat uitzetting naar Afghanistan vooralsnog niet aan de orde is. De rechtbank is van oordeel dat artikel 45, eerste lid, aanhef en onder b, Vw 2000 meebrengt dat de vreemdeling na afwijzing van zijn aanvraag wordt uitgezet. Verweerder komt niet de vrijheid toe te beslissen de uitzetting van eiser achterwege te laten. De aanvraag is ten onrechte afgewezen alvorens te bepalen of uitzetting al dan niet tot schending van artikel 3 EVRM zal leiden. Beroep gegrond.
Advocaten
- A. van Blankenstein
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- J.M. Walls
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
