ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8323
Rechtbank 's-Gravenhage · 27-06-2003 · zaaknummer AWB 03/22224
Inhoudsindicatie
Dublinclaim / gezinsleden / motivering. Eiser stelt dat verweerder de behandeling van het asielverzoek aan zich dient te trekken, omdat hij voor opvang, verzorging en begeleiding afhankelijk is van zijn in Nederland verblijvende broers en zelf zijn jongere broer steunt. Eiser is minderjarig en onvoldoende zelfstandig. Gelet op hoofdstuk C1/2.3.3 Vc 2000 faalt het beroep op Besluit 1/2000, aangezien de oudere broers van eiser al in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning. Er is geen sprake is van gescheiden verantwoordelijkheden voor de behandeling van asielverzoeken. Ten aanzien van eisers jongere broer is niet gebleken of reeds een beslissing op zijn asielaanvraag is genomen. Verweerder had naar het oordeel van de rechtbank nader dienen te motiveren waarom geen gebruik is gemaakt van de inherente afwijkingsbevoegdheid ex artikel 4:84 Awb. Eiser heeft een uitdrukkelijk beroep gedaan op artikel 3 IVRK. Als kernbepaling in dit verdrag is artikel 3 IVRK naar zijn aard, inhoud en strekking rechtstreeks werkend. Ingevolge artikel 3 IVRK rust op verweerder een zwaardere motiveringsplicht wanneer de belangen van een kind op het spel staan. Verweerder heeft onvoldoende blijk gegeven de belangen van eiser te hebben meegewogen. De rechtbank doelt daarbij op de aanwezigheid van familieleden in Nederland, de afwezigheid van familieleden in Oostenrijk, de omstandigheid dat eiser met een ander familielid naar Nederland is gereisd en dat ten aanzien van dit familielid geen Dublinclaim is gelegd en aan hetgeen uit de verslaglegging van het NIDOS naar voren komt. Gelet op de Afdelingsuitspraak van 28 maart 2003 had verweerder bij de wenselijkheid van het behoud van de gezinsband de vraag dienen te betrekken of redenen van humanitaire aard bestaan om de gezinsband op grond van artikel 2 Besluit 1/2000 voort te zetten. Verweerder heeft verzuimd aan te geven welke betekenis aan deze belangen toekomt in het licht van artikel 3 IVRK. Ten overvloede is de rechtbank van oordeel dat niet is uitgesloten dat de kring van gezinsleden in hoofdstuk C1/2.3.3 Vc 2000 te beperkt wordt uitgelegd. Voorts merkt de rechtbank op dat artikel 1, derde lid, Besluit 1/2000 slechts de toepasbaarheid van dit besluit beperkt ten aanzien van gezinshereniging voor asielzoekers. Uitsluitend een asielzoeker kan de voorwaarden van artikel 2 Besluit 1/2000 inroepen, doch uit Besluit 1/2000 blijkt niet dat ook de gezinsleden waarmee hereniging wordt verzocht ook asielzoekers dienen te zijn. De bestreden beschikking is in strijd is met het motiveringsbeginsel. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
Stichting Rechtsbijstand Asiel 's-Hertogenbosch
eiser · bedrijf
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
