ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8229
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-08-2003 · zaaknummer AWB 01/29820
Inhoudsindicatie
FRJ / Kosovo / traumatabeleid. Ingevolge hoofdstuk C1/4.2.1 Vc 2000 ziet het traumatabeleid op gevallen waarin de persoonlijke beleving van bepaalde - limitatief opgesomde - gebeurtenissen voor een asielzoeker zodanig traumatiserend zijn geweest, dat van hem of haar niet gevergd kan worden terug te keren naar het land van herkomst. Ingevolge hoofdstuk C1/4.2.2 Vc 2000 kan marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van betrokkene alsmede het getuige daarvan zijn, indien het naaste familieleden betreft, een gebeurtenis zijn die aanleiding geeft tot verblijfsaanvaarding. Vastgesteld kan worden dat eiseres en haar kinderen Kosovo hebben verlaten, omdat zij zijn verdreven door de Serviërs. Daarbij is een zoon onder de voet gelopen en getrapt door een Servische soldaat. Hij heeft hierdoor ernstige verwondingen opgelopen. Daarnaast werden eiseres en haar kinderen geslagen bij de grensovergang naar Macedonië. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat de psychische gevolgen die eiseres en haar kinderen van deze gebeurtenissen hebben ondervonden, verband houden met de redenen van vertrek uit het land van herkomst. Het enkele feit dat eiseres en haar kinderen reeds uit hun huis verdreven waren toen hun het voorgaande overkwam maakt dit niet anders, omdat de wijze waarop eiseres en haar kinderen door Serviërs werden behandeld tijdens hun vertrek naar Macedonië rechtstreeks verband hield met de reden van vertrek, namelijk de verdrijving door de Serviërs. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de mishandeling van de zoon van eiseres ernstig kan worden genoemd, zodat hetgeen eiseres en haar kinderen hebben meegemaakt onder de limitatieve opsomming van hoofdstuk C1/4.2.2 Vc 2000 valt. Gelet op de aard en de ernst van de psychische klachten waaraan eiseres en haar kinderen, gezien de zich onder de gedingstukken bevindende medische verklaringen, lijden, is het aannemelijk dat de gebeurtenissen zodanig traumatiserend zijn geweest dat van hen niet gevergd kan worden terug te keren naar Kosovo. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.H.A. Kessels
- I. PROCESVERLOOP
- P.M. Kruijdenberg
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
