Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AL8093

Rechtbank 's-Gravenhage · 29-09-2003 · zaaknummer AWB 03/28835

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Turkije / PKK / teruggeleiding. Niet in geschil is dat eiser vanaf 1978 sympathiseerde met de PKK en voor deze organisatie activiteiten verrichtte. Evenmin is in geschil dat eiser als gevolg van en in verband met deze activiteiten tweemaal is veroordeeld tot substantiële gevangenisstraffen, welke ten uitvoer zijn gelegd. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat meerdere familieleden van eiser bij de PKK betrokken waren en dientengevolge (ernstige) moeilijkheden hebben ondervonden en/of als vluchteling zijn erkend, acht de rechtbank, anders dan verweerder, alleszins voorstelbaar dat de Turkse autoriteiten ook na eisers vertrek naar Istanbul in 1993 nog geïnteresseerd waren in eiser als bron van informatie over de PKK. Daarbij acht de rechtbank van belang dat, blijkens het ambtsbericht van januari 2003, leden van de PKK/KADEK nog altijd moeten rekenen op strafrechtelijke vervolging door de autoriteiten en dat familieleden van personen van wie de autoriteiten vermoeden dat zij zijn aangesloten bij de PKK/KADEK in verschillende mate te maken krijgen met intimidatie, pesterijen, ambtelijke tegenwerking, ondervragingen en vergelijkbare problemen. Niet is gebleken dat verweerder zich van deze informatie rekenschap heeft gegeven. In dit verband oordeelt de rechtbank dat verweerder ten onrechte niet in overweging heeft genomen of met betrekking tot eiser geen sprake zou kunnen zijn van vluchtelingrechtelijke vervolging "op cumulatieve gronden“ als bedoeld in artikel 53 UNHCR Handbook. De rechtbank oordeelt dat verweerders standpunt in het bestreden besluit dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te vrezen heeft voor vluchtelingrechtelijke vervolging zijdens de Turkse autoriteiten onvoldoende is gemotiveerd. Het beroep is gegrond. Voorts bepaalt de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, Awb bij wijze van voorlopige voorziening dat verweerder eisers terugkeer naar Nederland faciliteert middels het verstrekken van noodzakelijke documenten en het vergoeden van reiskosten.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.