ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1522
Rechtbank 's-Gravenhage · 27-08-2003 · zaaknummer 349317 \ RL EXPL 03-11896
Inhoudsindicatie
De vorderingen in kort geding van chef-kok, voorheen in dienst van ambassadeur van Nederland in de Verenigde Staten van Amerika, zijn afgewezen. (...) Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de Nederlandse rechter ten aanzien van de vorderingen van [eiser] tegen [gedaagde sub 2] rechtsmacht heeft, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat zowel uit de regels van Nederlands internationaal privaatrecht als uit artikel 6 lid 2 sub a EVO (EEG-verbintenissenverdrag 1980, indien en voorzover van toepassing) volgt dat die vorderingen beoordeeld zullen moeten worden naar het recht van het District Columbia als de plaats waar beide partijen woonplaats hebben en waar de arbeidsovereenkomst moest worden uitgevoerd. In het kader van dit kortgeding is echter te weinig informatie verstrekt over de aard en inhoud van de rechtsregels die naar het recht van het District Columbia van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten om naar behoren te kunnen oordelen over de gegrondheid van de vorderingen van [eiser]. Het gaat echter naar het oordeel van de kantonrechter het bestek van een kortgeding te buiten om daarnaar ambtshalve een onderzoek in te stellen. Dit brengt mee dat, ook al zou de Nederlandse rechter rechtsmacht hebben, de vorderingen bij gebreke van voldoende informatie over de inhoud van het toepasselijke materiële recht niet toewijsbaar zijn. (..)
Rechters
Advocaten
- B.E.J.M. Tomlow
- D. den Hertog
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
