Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1517

Rechtbank 's-Gravenhage · 18-06-2003 · zaaknummer AWB 01/24913, 01/26558

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Medische behandeling / BMA-advies. De aanvraag voor verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking het ondergaan van medische behandeling wordt door verweerder afgewezen en het tegen dat besluit ingediende bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard. Verweerder heeft zijn besluitvorming gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De medisch adviseur heeft informatie omtrent de betrokken vreemdelingen ingewonnen bij de behandelende sector. Tevens is informatie ingewonnen uit het zogenaamde landeninformatiesysteem. Die verkregen informatie maakt geen deel uit van het dossier en is evenmin verwerkt in het advies van de medisch adviseur. Verweerder heeft bij zijn besluitvorming van (de inhoud van) de verkregen informatie dan ook geen kennisgenomen. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de verkregen informatie geen stukken zijn als bedoeld in artikel 8:42 Awb. De rechtbank onderschrijft dat standpunt. Verweerder heeft zich verder echter op het principiële standpunt gesteld dat hij mag afgaan op het advies van een deskundig adviseur en dat het niet aan hem is om medische stukken te beoordelen, zodat hij ook geen kennis hoeft te hebben van de verkregen informatie dan wel de inhoud van de verkregen informatie. Indien een besluit op een advies berust, dient het bestuursorgaan zich echter ervan te vergewissen dat aan de conclusie(s) van zijn adviseur(s) niet zodanige gebreken kleven dat het besluit niet, althans niet zonder meer, op dat advies mag worden gebaseerd. De rechtbank verwijst in dit verband onder meer naar het bepaalde in artikel 3:2 Awb. Ook verwijst de rechtbank voor dit oordeel naar het bepaalde in artikel 3:9 Awb, welk artikel de rechtbank op een advisering zoals de onderhavige analoog van toepassing acht. De rechtbank wijst er daarbij op dat uit de wetsgeschiedenis met betrekking tot de Awb blijkt dat artikel 3:9 Awb moet worden gezien als een verbijzondering van de algemene onderzoeksverplichting van artikel 3:2 Awb. Weliswaar blijkt uit de toelichting bij voornoemd artikel 3:9, zoals ook ter zitting door verweerder is aangevoerd, tevens dat naarmate een adviesorgaan meer ervaring heeft met het uitbrengen van adviezen, het bestuursorgaan meer zal mogen afgaan op de expertise van het adviesorgaan, doch uit diezelfde toelichting blijkt tevens dat de verantwoordelijkheid voor het zorgvuldig verrichten van het onderzoek ten volle bij het bestuursorgaan blijft berusten. De controle daarop zal in een dergelijk geval als vorenbedoeld wel een marginaler karakter kunnen hebben. Voorts is van belang het bepaalde in de artikelen 3:46 en 7:12, eerste lid, Awb, die voorschrijven dat een besluit (op bezwaar) dient te berusten op een deugdelijke motivering. In dat verband dient ook te worden gewezen op het bepaalde in artikel 3:49 Awb, dat de mogelijkheid biedt om ter motivering van een besluit of een onderdeel daarvan te volstaan met verwijzing naar een met het oog daarop uitgebracht advies. In dat geval moet het advies echter wel zelf de volledige motivering bevatten en moet het advies ter kennis van de belanghebbende zijn of worden gebracht. Blijkens de wetsgeschiedenis met betrekking tot deze bepaling dient het bestuursorgaan ingevolge deze bepaling met name te bezien of het advies, waarnaar ter motivering wordt verwezen, inhoudelijk concludent en dus deugdelijk is. Zoals uit het voorgaande reeds blijkt, heeft verweerder echter noch over de door de medisch adviseur bij de behandelende sector ingewonnen medische informatie noch over de uit het landeninformatiesysteem IND verkregen gegevens de beschikking gehad. Op zichzelf bezien behoeft dit niet in strijd te zijn met vorenbedoelde vergewisplicht, mits de inhoud van de verkregen informatie is af te leiden uit de stukken van de medische adviseur. Daarvan is in het onderhavige geval echter evenmin sprake. De rechtbank acht het geheel ontbreken van de relevante (medische) gegevens bij verweerders beoordeling of het advies op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden het hiervoor genoemde marginale karakter van de controle te buiten gaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de besluiten van 15 mei 2001 op dit punt wegens schending van de door verweerder bij het nemen van besluiten als de onderhavige in aanmerking te nemen zorgvuldigheid niet in stand kunnen blijven.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.