Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1421

Rechtbank 's-Gravenhage · 14-07-2003 · zaaknummer AWB 02/43518

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Geloofwaardigheid asielrelaas / ontbreken documenten / reisroute. Nu de aanvraag van eiser onder toepassing van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, Vw 2000 is afgewezen omdat eiser ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd met betrekking tot de reisroute en zijn relaas dient de rechtbank zich daaromtrent -in het licht van het in de ABRS-uitspraak van 27 januari 2003 gegeven toetsingskader- een oordeel te vormen. Allereerst merkt de rechtbank op dat de Afdeling in haar uitspraak waarin zij is gekomen tot dit toetsingskader, is uitgegaan van de situatie waarin verweerder de geloofwaardigheid van het asielrelaas van één asielzoeker heeft beoordeeld. Onderhavige zaak is in die zin anders dat niet het relaas van één eiser door verweerder is beoordeeld op zijn innerlijke consistentie en geloofwaardigheid maar dat verweerder het relaas van eiser heeft vergeleken met en beoordeeld aan de hand van de relazen en de verklaringen van eisers moeder en zijn broer, welke verklaringen deels op verschillende momenten en door verschillende contactambtenaren zijn afgenomen waarbij bovendien niet steeds exact dezelfde vragen zijn gesteld. De rechtbank acht van belang om vast te stellen dat bij een dergelijke vergelijking van drie relazen van drie verschillende asielzoekers onderlinge tegenstrijdigheden, onduidelijkheden, ongerijmdheden en het op sommige punten onvermeld laten van feiten en gebeurtenissen die door een ander wel worden vermeld, eerder zullen voorkomen en eerder verklaarbaar zijn dan bij de beoordeling van het relaas van slechts één asielzoeker op zijn innerlijke consistentie en geloofwaardigheid. De rechtbank tekent hierbij aan dat nu een deel van de verklaringen gaat over gebeurtenissen die geruime tijd geleden hebben plaatsgevonden (mei 1994), het niet onaannemelijk is dat op het niveau van bepaalde bijzonderheden tegenstrijdigheden (zijn gaan) bestaan tussen de relazen van eiser, zijn moeder en zijn broer. Gelet op de omstandigheid dat de relazen van eiser en die van zijn moeder en broer niet alleen op hoofdlijnen maar ook op het niveau van de relevante bijzonderheden onderling een grote mate van consistentie vertonen, de relazen evenmin kunnen worden aangemerkt als innerlijk tegenstrijdig en de relazen voorts passen in het algemene beeld van Somalië, heeft verweerder op grond van de in het voornemen genoemde punten niet in redelijkheid tot de conclusie kunnen komen dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is. Beroep gegrond.

Advocaten

  • J.M. Langenberg

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.