Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1406

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-03-2003 · zaaknummer AWB 01/32571

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afghanistan / grensbewakingsleger / artikel 1F VSV / ACV. De rechtbank is van oordeel dat eiser er niet in is geslaagd de gerechtvaardigde tegenwerping van artikel 1F, aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag (VSV) op geloofwaardige wijze te ondergraven. Eiser is uit vrije wil beroepsmilitair geworden en heeft in een leidinggevende functie gediend bij het grensbewakingsleger in Oost-Afghanistan. Gelet op de beschikbare informatie heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat eiser als commandant van een deel van genoemde grensbewakingstroepen wetenschap moet hebben gehad van en medeverantwoordelijkheid moet hebben gedragen voor de door deze troepen - al dan niet in samenwerking met de Khad en de milities - gepleegde mensenrechtenschendingen. Met verweerder is de rechtbank voorts van oordeel dat verweerder ook het gestelde in artikel 1F, aanhef en onder b en c, VSV terecht aan eiser heeft tegengeworpen. Uit ambtsberichten blijkt immers dat het Afghaanse grensbewakingsleger in de provincie Nangrahar, waarvan eiser in de periode van 1986 tot 1991 deel uitmaakte, verwikkeld was in een bloedige burgeroorlog, waarbij misdrijven zijn gepleegd die buitengewoon ernstig van aard zijn en niet in verhouding staan tot de politieke doelstellingen waarvoor zij zijn gepleegd en derhalve als ernstig niet-politiek kunnen worden gekwalificeerd. Gelet op (het niveau van) eisers functie in het regeringsleger moet bovendien worden aangenomen dat eiser als functionaris van dit leger – en derhalve deel van het overheidsapparaat - uit hoofde van zijn verantwoordelijkheid als commandant handelingen heeft bevolen of gedoogd die in strijd zijn met de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties. De grief van eiser dat hij ten onrechte niet door de ACV is gehoord, slaagt evenmin. Er is, ook in de Vw, geen wettelijke bepaling die in dit soort gevallen een gehoor door de ACV voorschrijft. De eerder door verweerder in deze gehanteerde praktijk berustte op een brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 28 november 1997. Eiser kan aan de in deze brief vervatte toezegging om in het algemeen bij tegenwerping van artikel 1F VSV het horen door de ACV te laten plaatsvinden, geen rechtens te honoreren verwachtingen ontlenen. Nu bovendien de ACV in het kader van de Vw 2000 een ander takenpakket heeft gekregen, is niet onredelijk dat verweerder op 21 maart 2001, derhalve vlak voor inwerkingtreding van de Vw 2000, eiser niet meer door de ACV heeft doen horen. Niet gebleken is dat het AC-gehoor niet zorgvuldig is geweest. Het verslag van dit gehoor geeft voor een dergelijke conclusie geen enkele aanleiding. Beroep ongegrond.

Rechters

Advocaten

  • D. Brugman
  • F.S. van Nierop
  • I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.