ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1403
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-06-2003 · zaaknummer AWB 03/29955, 03/30146
Inhoudsindicatie
Gemeenschapsonderdaan / openbare orde / ongewenstverklaring. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoekers verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan is vervallen omdat hij een actuele bedreiging voor de openbare orde vormt. Uit het arrest van het Hof van Justitie inzake Bouchereau tegen Engeland blijkt dat een strafrechtelijke veroordeling slechts ter zake doet voorzover uit de omstandigheden die tot de veroordeling hebben geleid blijkt van het bestaan van een persoonlijk gedrag dat een actuele bedreiging voor de openbare orde vormt. Het standpunt van verweerder, dat de veroordeling wegens het deelnemen aan een criminele organisatie en wegens overtreding van de Opiumwet op zichzelf reden vormt om te concluderen dat sprake is van een actuele bedreiging van de openbare orde, past weliswaar in eerdergenoemde overwegingen van het HvJ, doch verweerder heeft door aan deze veroordeling doorslaggevende betekenis toe te kennen miskend dat naast de veroordeling sprake is van meer recente ontwikkelingen, die aanleiding zouden kunnen geven voor de conclusie dat van een actuele bedreiging van de openbare orde inmiddels geen sprake meer is. Uit het bestreden besluit blijkt geenszins of en zo ja in welke mate verweerder de omstandigheid dat verzoeker sinds 19 februari 2003 deelneemt aan het resocialisatietraject bij zijn afweging heeft betrokken. Op grond hiervan is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke motivering berust. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat verweerder bij zijn beslissing om verzoeker ongewenst te verklaren betrokken heeft de omstandigheid dat verzoeker gedurende lange tijd rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad. Aangezien ongewenstverklaring een discretionaire bevoegheid betreft, kan de enkele verwijzing naar het relevante wettelijk kader, zonder daarbij de belangen van verzoeker bij voortzetting van het verblijf in Nederland te betrekken, niet worden beschouwd als een deugdelijke motivering van het besluit. Verweerder heeft daarmee bovendien de op hem rustende verplichting tot belangenafweging, zoals neergelegd in artikel 3:4 Awb, niet in acht genomen. Toewijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- A.G.I. Terhorst
- I. Procesverloop
- M.C.G.G. van Hoek
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
