Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI1382

Rechtbank 's-Gravenhage · 28-07-2003 · zaaknummer AWB 03/38537, 03/38799

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Motie Van Vroonhoven-Kok / inherente afwijkingsbevoegdheid. De rechtbank is van oordeel dat de indiening van de '14-1-brief' niet als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel of regulier krachtens de Vw 2000 kan worden beschouwd. De rechtbank baseert dit oordeel op de parlementaire geschiedenis inzake de moties Varela en Van Vroonhoven-Kok, onder meer de brief van de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 12 maart 2003, waaruit kan worden afgeleid dat het niet de bedoeling is dat er een aanvraagprocedure wordt gecreëerd. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat eiser niet rechtmatig in Nederland verblijft, zodat hij valt onder de in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 genoemde categorie vreemdelingen. De maatregel berust aldus op de juiste grondslag. Hieraan voegt de rechtbank nog toe dat voorzover ten onrechte wordt geoordeeld dat het indienen van de '14-1-brief' geen rechtmatig verblijf in Nederland oplevert, de rechtbank van oordeel is dat in dit specifieke geval een onjuiste grondslag de bewaring niet onrechtmatig maakt. Dit zou anders zijn indien de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Van een dergelijke onevenwichtigheid is in dit geval thans geen sprake. Daartoe wordt overwogen dat verweerder er gezien de parlementaire geschiedenis van mocht uitgaan dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf heeft op basis van de zogenaamde '14-1-brief', en wordt mede in aanmerking genomen het feit dat voor beide partijen de juridische verblijfstitel van eiser op het moment van de bewaring nog onduidelijk was en inmiddels binnen de termijn van vier weken als genoemd in artikel 59, vierde lid, Vw 2000 – overigens negatief – op de '14-1-brief' is beslist, zodat vaststaat dat eiser thans in ieder geval geen rechtmatig verblijf geniet. Bovendien levert het maken van bezwaar tegen de negatieve beslissing op de '14-1-brief' in casu geen rechtmatig verblijf op, zoals ook door eiser is gesteld. Immers, indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 59 Vw 2000 wordt de werking van het besluit niet opgeschort. Beroep ongegrond.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.