ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0695
Rechtbank 's-Gravenhage · 19-06-2003 · zaaknummer AWB 01/33196
Inhoudsindicatie
Voortgezet verblijf / polygamie. Eiser heeft in 1990 een vtv bij echtgenote aangevraagd en gekregen. Na verbreking van het huwelijk is eiser in 1995 in het bezit gesteld van een vtv arbeid. In 1996 heeft eiser zijn huwelijk met een Marokkaanse vrouw aangemeld bij de GBA. Eiser heeft in dit verband een ‘acte de confirmation de mariage’ overgelegd, waarin staat vermeld dat beide echtelieden hebben verklaard een huwelijksakte te willen opstellen voor het reeds bestaande huwelijk dat zij al in 1982 met elkaar zijn aangegaan. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser vanaf 1982 een relatie heeft gehad met zijn Marokkaanse vrouw en dat deze relatie naar Marokkaanse opvattingen als een huwelijk werd beschouwd. Echter verweerder heeft het standpunt dat ten tijde van de aanvraag in 1990 reeds sprake was van een polygame situatie onvoldoende onderbouwd. Weliswaar kan gesteld worden dat eiser als gevolg van de terugwerkende kracht van de bevestiging in de periode van oktober 1990 tot maart 1996 twee verschillende huwelijken heeft gehad en dat als gevolg van de terugwerkende kracht sprake is geweest van een polygamie situatie, maar ten tijde van de aanvraag in 1990 was de relatie van eiser met zijn Marokkaanse vrouw nog niet bevestigd. De rechtbank is van oordeel dat het in beginsel op de weg van eiser had gelegen deze relatie te melden, zodat aan de orde had kunnen komen in hoeverre deze relatie in de weg zou staan aan het verlenen van een verblijfsvergunning. De rechtbank stelt vast dat de precieze gang van zaken ten tijde van de aanvraag in 1990 uit het proces-dossier niet valt af te leiden. Uit het dossier blijkt niet dat eiser is bevraagd naar zijn huwelijk in Nederland en naar zijn eventuele huwelijksverleden in Marokko, hoewel daar wel aanleiding toe was. Derhalve resteert twijfel over de vraag of bekendheid van de gegevens tot weigering van een vtv zou hebben geleid. Die twijfel dient in het voordeel van eiser uit te vallen. De rechtbank is van oordeel dat in 1997 eiser niet meer kon worden tegengeworpen dat hij bij het indienen van de aanvraag in 1990 geen melding heeft gemaakt van zijn relatie met de Marokkaanse vrouw. Beroep gegrond.
Advocaten
- I. PROCESVERLOOP
- N.B. de Neef
- R. Moszkowicz
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
