Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AI0693

Rechtbank 's-Gravenhage · 05-06-2003 · zaaknummer AWB 03/24367, 02/87188

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ongewenstverklaring / opheffing / belangafweging. De voorzieningrechter is van oordeel dat verzoeker had moeten worden gehoord. Het bezwaarschrift richt zich tegen een primair besluit dat eerst drie jaar na de aanvraag is genomen. Verweerder had de hoorzitting moeten benutten om zich te vergewissen van de actuele stand van zaken. Voorts is eerst in het bestreden besluit een reëel besluit op het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring genomen. Verzoeker stelt dat onvoldoende aandacht is besteed aan de medische situatie van zijn partner en de gezinssituatie. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de motivering voor het afwijzen van het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring ontoereikend. Het is tien jaar geleden dat verzoeker de delicten heeft gepleegd op grond waarvan hij ongewenst is verklaard. Gesteld noch gebleken is dat verzoeker zich nadien schuldig heeft gemaakt aan enig misdrijf of enige overtreding. De vraag is of nog immer sprake is van een actuele bedreiging van de openbare orde. Voorts gaat verweerder in het bestreden besluit voorbij aan de ernst van de situatie waarin het gezin verkeert. Verweerder stelt dat van verzoeker kan worden gewacht zich in Bosnië-Herzegovina te kunnen handhaven en dat er geen objectieve belemmeringen bestaan om het gezinsleven in Bosnië uit te oefenen. Daarmee gaat verweerder eraan voorbij dat met name de Nederlandse partner van verzoeker in Bosnië niet zonder meer tegen ziektekosten verzekerd zal zijn en dat in Bosnië vermoedelijk niet de specialisten aanwezig zijn waarop de partner is aangewezen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestreden besluit geen sprake is van een genuanceerde en adequate belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM. Beroep gegrond. Niet is uitgesloten dat bij gebruikmaking van de bevoegdheid tot opheffing van de ongewenstverklaring de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uitvalt. De voorzieningenrechter ziet derhalve aanleiding op grond van de expliciet gegeven bevoegdheid in artikel 8:72, vijfde lid, Awb, een voorlopige voorziening te treffen hangende de weer opengevallen bezwaarprocedure.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.