Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AH9698

Rechtbank 's-Gravenhage · 10-06-2003 · zaaknummer AWB 03/30311, 03/30519

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewaring / grensbewaking. Voorafgaande aan de vrijheidsontneming ex artikel 6 Vw 2000 is de vreemdeling zeven maanden strafrechtelijk gedetineerd geweest. Hoewel verweerder teneinde de duur van de vrijheidsontneming zoveel mogelijk te beperken het vertrek van de vreemdeling voldoende voortvarend dient voor te bereiden, leidt de omstandigheid dat verweerder tijdens de periode van strafrechtelijke detentie geen activiteiten terzake heeft ontplooid in het onderhavige geval niet tot het oordeel dat de maatregel mitsdien dient te worden opgeheven. Naar het oordeel van de rechtbank dient in casu het grensbewakingsbelang zwaarder te wegen dan de belangen van de vreemdeling. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat op de vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd, ingevolge artikel 5 Vw 2000 de verplichting rust om Nederland onmiddellijk te verlaten. In het beleid van verweerder is ten aanzien van vrijheidsontneming krachtens artikel 6 Vw 2000 niet een inspanningsverplichting neergelegd die vergelijkbaar is met de in hoofdstuk A5/5.3.7.1 Vc 2000 neergelegde inspanningsverplichting voor vreemdelingenrechtelijke bewaring krachtens artikel 59 Vw 2000. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat de vreemdeling niet alleen zijn verplichting om Nederland onmiddellijk te verlaten niet nakomt, maar ook gedurende de periode van 31 maart 2002 tot 14 juli 2002 zijn vertrek heeft vertraagd door een tweede asielverzoek in te dienen, zich te verzetten bij zijn vertrek waardoor hij niet kon uitreizen en door te ontsnappen uit het grenshospitium. Voorts laat de rechtbank wegen dat verweerder reeds op de dag van oplegging van de maatregel de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling ter hand heeft genomen door een presentatie bij de Iraanse vertegenwoordiging aan te vragen. Beroep ongegrond.

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.