ECLI:NL:RBSGR:2003:AG0184
Rechtbank 's-Gravenhage · 03-06-2003 · zaaknummer AWB 02/18186
Inhoudsindicatie
Bosnië-Herzegovina / moslim. Eisers zijn moslims afkomstig uit Bosnië-Herzegovina. Eisers stellen in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, Vw 2000. Eisers stellen onder meer dat sprake is geweest van een op de persoon gerichte gewelddadige actie en hebben artikelen van Amnesty International overgelegd. De rechtbank overweegt dat verweerder miskent dat eisers met het overleggen van de artikelen hebben beoogd aan te tonen dat hetgeen hun persoonlijk is overkomen, past in de op dat moment bestaande algemene situatie in de republiek Srpska met betrekking tot de bejegening van moslims. Uit de artikelen van Amnesty International blijkt dat de politie in de meeste gevallen van gewelddadigheden tegen moslims verzuimt de zaak onmiddellijk en uitvoerig te onderzoeken. Eiser stelt dat hij de opdracht kreeg militaire en civiele communicatie van de Serviërs af te luisteren. De opdracht is niet gegeven door een opperofficier, maar dat leidt niet tot de conclusie dat niet aannemelijk is dat de (hoogste) legerleiding instemde met de opdracht en bedreiging. De verklaringen van eiser dat hij na het weigeren van de opdracht onder druk is gezet en dat het afluisteren van gesprekken van groot strategisch belang was, geeft aanleiding te veronderstellen dat de opdracht en de bedreiging met instemming van de legerleiding werd gegeven. Verweerder heeft niet kunnen onderbouwen dat eiser aan de druk van zijn superieuren kon ontkomen door schriftelijk ontslag in te dienen. De rechtbank is van oordeel dat onder de geschetste omstandigheden niet in redelijkheid van eiser kon worden verwacht dat hij een schriftelijke ontslagprocedure zou starten; hij zou zich hiermee immers blootstellen aan de niet ondenkbeeldige kans dat het jegens hem geuite dreigement ten uitvoer zou worden gelegd. Het standpunt van verweerder dat eiser de bescherming had kunnen inroepen van internationale organisaties of andere overheidsinstellingen, mist feitelijke onderbouwing. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- I. Procesverloop
- L. Vellenga-van Nieuwkerk
- R. Vink
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
