Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7910

Rechtbank 's-Gravenhage · 27-03-2003 · zaaknummer AWB 03/15231, 03/15227

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / categoriaal beschermingsbeleid / openbare orde. Verzoeker is categoriale bescherming onthouden op grond van artikel 31, eerste lid, Vw 2000 juncto artikel 31, tweede lid aanhef en onder k, Vw 2000, nu verzoeker meermaals is veroordeeld voor het plegen van misdrijven. Allereerst verwijst de rechtbank met betrekking tot de invulling van het openbare-ordebeleid in de Vc 2000 naar de uitspraak 200203566/1 van de ABRS van 28 augustus 2002. Daarin wordt overwogen dat uit de tekst van artikel 31, derde lid, Vw 2000 noch uit de toelichting daarop valt af te leiden dat aan artikel 31, tweede lid aanhef en onder j, Vw 2000 geen toepassing kan worden gegeven zonder dat nadere regelgeving heeft plaatsgevonden. Evenmin volgt daaruit dat terzake geen beleidsregels mogen worden vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat ditzelfde geldt voor de uitwerking van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder k, Vw 2000 in het beleid, neergelegd in hoofdstuk C1/5.13 Vc 2000 juncto hoofdstuk B1/2.2.4 Vc 2000. Uit de parlementaire geschiedenis kan voorts worden afgeleid dat artikel 31, tweede lid, Vw 2000 niet imperatief is geformuleerd omdat indien het zich voordoen van een omstandigheid als bedoeld in dit artikellid dwingend zou moeten leiden tot afwijzen van de aanvraag, dit in strijd zou kunnen komen met het Vluchtelingenverdrag. Nu het in het geval van verzoeker nog uitsluitend gaat om verlening van een verblijfsvergunning op grond van het categoriale beschermingsbeleid is van strijd met het Vluchtelingenverdrag geen sprake. Tevens blijkt uit de parlementaire geschiedenis van de Vw 2000 dat in vergelijking met de Vw geen wijziging wordt beoogd waar het betreft het weigeren of intrekken van een vergunning op grond van een inbreuk op de openbare orde. De rechtbank stelt vast dat onder de oude wet het openbare-ordebeleid, op grond waarvan de eerste toelating werd geweigerd, eveneens imperatief geformuleerd was. De rechtbank ziet derhalve in het feit dat artikel 31, tweede lid, aanhef en onder k, Vw 2000 facultatief is geformuleerd geen aanleiding om de toepassing van het beleid neergelegd in hoofdstuk C1/5.13 Vc 2000 juncto hoofdstuk B1/2.2.4 Vc 2000 in een geval als onderhavige kennelijk onredelijk te achten. Gelet op de inhoud van het rapport van de AMOG behoefde verweerder hierin geen aanleiding te zien om op grond van artikel 4:84 Awb van het beleid af te wijken. Gezien de hoeveelheid van de door verzoeker gepleegde strafbare feiten behoefde verweerder in de oorlog tegen Irak evenmin aanleiding te zien om van het beleid af te wijken. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.