ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7815
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-01-2003 · zaaknummer AWB 02/38017
Inhoudsindicatie
Ongewenstverklaring / staatloos / ambtshalve toetsing. Eiser is een verblijfsvergunning regulier geweigerd. Aan de orde is de vraag of verweerder in redelijkheid eiser een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd heeft kunnen weigeren onder een beperking die verband houdt met het verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken. Aan die weigering ligt ten grondslag dat eiser ongewenst is verklaard. De rechtbank neemt in aanmerking dat een vreemdeling die opheffing van zijn ongewenstverklaring wenst een daartoe strekkende aanvraag moet indienen. Op een dergelijke aanvraag van eiser is reeds onherroepelijk beslist. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit terecht niet heeft beoordeeld of de in stand gelaten weigering in strijd is met artikel 8 EVRM. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat bij uitspraak van 20 oktober 1999 reeds is geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten de aanvraag om verlening van een vtv voor verblijf bij echtgenote te weigeren en dat verweerders daartoe strekkende besluit niet strijdig was met artikel 8 EVRM. Voorts overweegt de rechtbank dat uit artikel 14 Vw 2000 in samenhang met de artikelen 3.4 en 3.6 Vb 2000 alsmede de parlementaire geschiedenis moet worden afgeleid dat verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd, behoudens de limitatief in artikel 3.6 Vb 2000 opgesomde uitzonderingen, niet anders dan op aanvraag kunnen worden verleend. In casu heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de aan het onderhavige beroep ten grondslag liggende aanvraag moet worden geacht mede te strekken tot een (hernieuwde) aanvraag om een verblijfsvergunning regulier onder een beperking verband houdende met gezinshereniging of gezinsvorming, waarbij (opnieuw) zou moeten worden bezien of het bestreden besluit strijdig is met het bepaalde in artikel 8 EVRM. Het staat eiser vrij, indien hij meent thans wel op grond van artikel 8 EVRM aanspraak te kunnen maken op verblijf hier te lande, een daartoe strekkende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan te vragen. Beroep ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- I. Vreeken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
