ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7193
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-01-2003 · zaaknummer Awb 02/95759
Inhoudsindicatie
AC-procedure / Somalië / Ashraf / verblijfsalternatief. Verzoeker beroept zich op informatie uit een objectieve bron. Uit deze informatie zou blijken dat Puntland en Somaliland alleen Somaliërs toelaten die afkomstig zijn uit deze gebieden en die behoren tot de heersende clans aldaar. Verweerder is in de bestreden beschikking niet inhoudelijk op deze informatie ingegaan. Blijkens een extern memo van 27 december 2002 kon gezien het tijdstip geen brief met daarin het standpunt van verweerder ten aanzien van deze informatie worden overgelegd. Uit dit memo blijkt dat is besloten het standpunt van verweerder ten aanzien van deze informatie eerst ter zitting naar voren te brengen. Nu verweerder echter niet in staat was om binnen 48 procesuren inhoudelijk en gemotiveerd in te gaan op de informatie, had verweerder de aanvraag van verzoeker niet binnen de AC-procedure mogen afdoen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit met toepassing van het bepaalde in artikel 8:72, derde lid, Awb in stand te laten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in casu geen sprake van een zodanig bijzonder geval. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker in zijn processuele belangen is geschaad door de onzorgvuldige wijze van procederen door verweerder. Verzoeker is daardoor beperkt in de mogelijkheden adequaat op het inhoudelijke standpunt van verweerder te kunnen reageren. Gelet hierop is de voorzieningenrechter thans niet in staat om vast te stellen of er rechtens slechts één besluit mogelijk is, namelijk dat waartoe het bestreden besluit strekt. De voorzieningenrechter acht voorts van belang dat door verweerder niet is aangegeven hoe het standpunt van verweerder ter zitting, dat verzoeker zich - indien hij zich niet in Puntland dan wel in Somaliland kan vestigen - kan vestigen in de in Centraal-Somalië gelegen provincies Galguduud en Hiiraan zich verhoudt tot de brieven van 3 april 2000 en van 24 september 2001. In deze brieven wordt de omstandigheid dat de lokale en regionale besturen in het noorden van Somalië met toenemende effectiviteit een overkoepelende neutrale bescherming bieden, waardoor bescherming op clanniveau niet langer noodzakelijk is, genoemd als reden waarom een categoriaal beschermingsbeleid ook voor leden van minderheidsgroepen niet langer noodzakelijk geacht wordt. In dit verband is naar het oordeel van de voorzieningenrechter van belang dat blijkens het ambtsbericht van 4 juli 2002 in de provincies Galguduud en Hiiraan geen lokale en regionale besturen zijn ontstaan die vergelijkbaar zijn met de besturen van Puntland en van Somaliland. Volgens dit ambtsbericht zijn clanoudsten en shariagerechtshoven in deze beide provincies relatief belangrijk. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- H.P.H. Teunissen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
