Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6900

Rechtbank 's-Gravenhage · 08-01-2003 · zaaknummer AWB 02/93655, 02/93656

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Sierra Leone / categoriaal beschermingsbeleid / traumatabeleid. Verweerder stelt dat verzoeker geen aanspraak kan maken op een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vw 2000. Verzoeker heeft niet de bescherming van de autoriteiten in Sierra Leone ingeroepen, terwijl niet is gebleken dat de autoriteiten deze bescherming niet kunnen of willen bieden. Reeds hierom niet wordt voldaan aan de voorwaarden van het traumatabeleid aldus verweerder. De rechtbank acht deze weigeringsgrond niet draagkrachtig. Uit hoofdstuk C1/4.4 Vc 2000 valt niet af te leiden dat van verzoeker mag worden verlangd dat hij zich ter bescherming tot de autoriteiten wendt. Het inroepen van de bescherming van de overheid speelt slechts een rol als de handelingen zijn verricht door een groepering waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden. In het bestreden besluit is echter niet gemotiveerd of het RUF aangemerkt dient te worden als een groepering waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden dan wel als een groepering die de feitelijke macht in een deel van het land uitoefent. Verder blijkt niet dat verweerder zich rekenschap heeft gegeven van de mogelijkheid dat verzoeker traumatische ervaringen heeft ondervonden. Verweerder had dienen te motiveren of de door verzoeker gestelde gebeurtenissen moeten worden beoordeeld als gebeurtenissen die in het kader van de toetsing aan het traumatabeleid aanleiding kunnen geven tot verblijfsaanvaarding. Voorts had verweerder dienen te motiveren of de persoonlijke beleving van deze gebeurtenis zodanig traumatiserend is geweest, dat van verzoeker niet kan worden gevergd terug te keren naar Sierra Leone. Verweerder stelt zich op basis van het ambtsbericht van 8 juli 2002 dat de terugkeer van afgewezen asielzoekers naar Sierra Leone niet van een bijzondere hardheid is. De rechter is van oordeel dat verweerder in het ambtsbericht geen aanleiding heeft hoeven zien een ander standpunt in te nemen dan is neergelegd in de brief aan de Tweede Kamer van 16 september 2002. Naar het oordeel van de rechtbank wijken de documenten waarop verzoeker zich beroept inhoudelijk niet af van de informatie in het ambtsbericht, maar benadrukken dat de veiligheidssituatie in Sierra Leone wordt gekenmerkt door onzekerheid en wordt bedreigd door diverse factoren. Deze bedreigingen moeten worden geacht in de beleidsbeslissing van verweerder te zijn betrokken. Er bestaat geen grond om te oordelen dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen, dat geen sprake is van een zodanige mate van geweld en spreiding van geweld, dat dit heeft geleid tot een humanitaire noodsituatie. Derhalve bestaat evenmin grond om te oordelen dat verweerder niet in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen dat terugkeer naar, dan wel verblijf in, Sierra Leone in verband met de algehele situatie aldaar niet van bijzondere hardheid is. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.