ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6539
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-02-2003 · zaaknummer AWB 01/13689
Inhoudsindicatie
Driejarenbeleid / vvtv. In geschil is met name of na de uitspraak van de rechtbank van 8 december 1998, waarin onherroepelijk is beslist op eisers aanvraag om toelating als vluchteling respectievelijk vtv, relevant tijdsverloop is opgebouwd in het kader van het driejarenbeleid. Het thans bestreden besluit dateert van 2 maart 2001. De rechtbank sluit aan bij de REK-uitspraken van 19 mei 2000 en 1 november 2001. In casu is in ieder geval sprake van relevant tijdsverloop vanaf de datum waarop eiser zich heeft aangemeld tot aan de uitreiking op 11 maart 1997 van het besluit waarbij aan eiser een vvtv is verleend, derhalve drie maanden. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat het relevante tijdsverloop is geëindigd met de uitspraak van de rechtbank van 8 december 1998. Gelet op de REK-uitspraak van 19 mei 2000 telt ook de periode mee waarin nog (uitsluitend) wordt geprocedeerd over de aanspraak op verlening van een vvtv. Voorts dient de procedure over de intrekking van de vvtv, welke is gestart terwijl de oorspronkelijke procedure nog liep, voor de berekening van het tijdsverloop in de zin van het driejarenbeleid niet als een afzonderlijke procedure te worden gezien waarin een nieuwe termijn gaat lopen. Deze situatie is niet dusdanig verschillend van de situatie waarin nog (uitsluitend) wordt doorgeprocedeerd over de toekenning van vvtv dat daarin een rechtvaardiging kan worden gezien voor het door verweerder voorgestane onderscheid. Gerekend vanaf de datum waarop eiser kennis heeft kunnen nemen van de intrekking van de vvtv tot aan de beschikking op bezwaar tegen de intrekking van de vvtv komt de rechtbank tot een tijdsverloop van meer dan drie jaren. Bovendien moet ook de periode 12 december 1996 tot 11 maart 1997 worden meegenomen. De omstandigheid dat verweerder zijn beleid op 3 augustus 2000 heeft aangevuld en sedertdien de algemene regel dat geen sterkere titel kan worden verkregen dan waarover eiser procedeert ook voor asielzaken in zijn beleid heeft opgenomen, maakt het voorgaande niet anders. Immers ook op 3 augustus 2000 was reeds sprake van drie jaar relevant tijdsverloop. Anders dan rechtbank Utrecht in de uitspraak AWB 00/7556 van 18 juli 2002 heeft geoordeeld, dient verweerders standpunt - dat voor de toepassing van het driejarenbeleid een onderscheid moet worden gemaakt tussen de oorspronkelijke aanvraagprocedure en de vvtv-procedure - om de hiervoor weergegeven redenen niet te worden gevolgd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.E. Keulemans
- I. PROCESVERLOOP
- J.W. van Leeuwen
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
