ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6487
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-02-2003 · zaaknummer AWB 02/89756
Inhoudsindicatie
Dublinclaim / termijn / omvang geschil. Eiser heeft geen beroep gedaan op overschrijding van de termijn ex artikel 11, eerste lid, Overeenkomst van Dublin (OvD). Verweerder stelt dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil is getreden door de overschrijding van artikel 11, eerste lid, OvD ter zitting ambtshalve aan de orde te stellen. De rechtbank deelt dit oordeel niet. Ingevolge artikel 8:69, eerste lid, Awb doet de rechtbank uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting. In de onderhavige procedure zijn ter zitting de overschrijding van artikel 11, eerste lid, OvD en de gevolgen daarvan aan de orde gesteld en eiser heeft zich ter zake aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. Voorts overweegt de rechtbank dat op grond van artikel 8:69, tweede lid, Awb de rechtbank ambtshalve de rechtsgronden dient aan te vullen, alsmede op grond van artikel 8:69, derde lid, Awb de feiten ambtshalve kan aanvullen. In de uitspraak van 24 oktober 1996 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen dat indien de rechter ingevolge het nationale recht verplicht is ambtshalve de aan een interne regel van dwingende aard ontleende rechtsgronden in het geding te brengen die niet door partijen zijn aangevoerd, diezelfde verplichting eveneens geldt wanneer het dwingende regels van gemeenschapsrecht betreft. Uit deze uitspraak vloeit tevens voort dat de nationale rechter de taak heeft de rechtsbescherming te verzekeren welke voor de justitiabele voortvloeit uit de rechtstreekse werking van gemeenschappelijke bepalingen. Naar het oordeel van de rechtbank bevat artikel 11, eerste lid, OvD een dergelijke bepaling. Voorts is de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraak van het Hof van oordeel dat rechtstreeks werkende verdragsrechtelijke voorschriften die van wezenlijk belang zijn voor de bescherming van de justitiabele, zoals artikel 11, eerste lid, OvD, van openbare orde zijn en door de rechter ambtshalve getoetst dienen te worden. Schending van deze rechtstreeks werkende en beschermende bepaling mag door de rechter niet buiten beschouwing worden gelaten ook al is hier strikt genomen geen beroep op gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit ertoe dat, nu de claimtermijn is overschreden, verweerder de behandeling van het asielverzoek van eiser aan zich zal moeten trekken. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
