Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5869

Rechtbank 's-Gravenhage · 24-01-2003 · zaaknummer AWB 03/160

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Somalië / vestigingsalternatief. Verzoek is afkomstig uit Somalië en behoort tot de Galadiclan, subclan Hassan Walaal. Vanwege zijn afkomst heeft hij problemen ondervonden met de Hawiye. Verweerder stelt dat verzoeker een vestigingsalternatief heeft in de relatief veilige gebieden in het noorden van Somalië, te weten in Somaliland en Puntland. Mocht verzoeker zich daar niet kunnen vestigen, dan heeft hij de mogelijkheid zich in Hiiraan of Galgaduud te vestigen. De door verzoeker naar voren gebrachte informatie is bij verweerder bekend, maar vormt voor verweerder geen aanleiding het beleid te wijzigen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat concrete aanwijzing bestaat dat de provincie Somaliland niet als vestigingsalternatief kan worden aangemerkt, nu verweerder de juistheid van genoemde informatie niet heeft bestreden en niet heeft aangegeven waarom deze informatie geen gevolgen zou moeten hebben. Ten aanzien van Puntland wordt opgemerkt dat onduidelijkheid bestaat omtrent de vraag of deze provincie aangemerkt kan worden als vestigingsalternatief. Verweerder heeft hierover geen opheldering gegeven. Ten aanzien van het standpunt dat ook Galgaduud en Hiiraan als vestigingsalternatief kunnen worden aangemerkt, merkt de voorzieningenrechter op dat de staatssecretaris van Justitie bij brieven van respectievelijk 3 april 2000 en 24 september 2001 heeft besloten het categoriaal beschermingsbeleid voor minderheidsgroepen en voor leden van die clans waarvoor dit nog niet was beëindigd te beëindigen. De reden voor deze beleidswijzigingen was dat de lokale en regionale besturen in Puntland en in Somaliland met toenemende effectiviteit een overkoepelende neutrale bescherming bieden, waardoor bescherming op clanniveau niet langer noodzakelijk is. In de uitspraak 200106209/1 van 31 januari 2002 heeft de ABRS geoordeeld dat verweerder gelet op het ontstaan van deze bestuurlijke structuren in het noorden van Somalië in redelijkheid heeft kunnen besluiten om het categoriale beschermingsbeleid voor leden van minderheidsgroepen binnen de Somalische samenleving te beëindigen. De voorzieningenrechter merkt op dat verweerder niet heeft aangegeven hoe het standpunt dat verzoeker zich kan vestigen in Galgaduud en Hiiraan zich verhoudt tot de inhoud van de brieven van de staatssecretaris en de Afdelingsuitspraak. Blijkens het ambtsbericht van 4 juli 2002 zijn in Galguduud en Hiiraan geen lokale en regionale besturen ontstaan die vergelijkbaar zijn met de besturen van Puntland en van Somaliland. Volgens het ambtsbericht zijn clanoudsten en shariagerechtshoven zijn in deze provincies relatief belangrijk. Nu verweerders beleid in belangrijke mate wordt gedragen door de bestuurlijke structuren in Puntland en Somaliland terwijl blijkens het ambtsbericht dergelijke structuren ontbreken in Hiiraan en Galgaduud, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder in redelijkheid niet zonder nadere motivering kan stellen dat Hiiraan en Galgaduud als vestigingsalternatief voor minderheden kan gelden. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.

Advocaten

  • N. Wittich-Schmidt

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.