ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5830
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-01-2003 · zaaknummer AWB 01/55439
Inhoudsindicatie
Verblijfsvergunning regulier / aangeven beperking / driejarenbeleid. De rechtbank stelt voorop dat, gelet op het wettelijk stelsel, neergelegd in artikel 14, tweede lid, Vw 2000, in samenhang met artikel 3.4, eerste lid, Vb 2000, verweerder - in het algemeen gesproken - aanvragers van een reguliere verblijfsvergunning terecht in de gelegenheid stelt een beperking als bedoeld in laatstgenoemde bepaling aan te geven. Uit dit wettelijk stelsel vloeit tevens voort dat verweerder in beginsel uit mag gaan van de door de vreemdeling aangegeven beperking, nu het aan de vreemdeling is om te bepalen met het oog op welk verblijfsdoel hij een verblijfsvergunning aanvraagt. In bijzondere omstandigheden kan evenwel de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid met zich brengen dat verweerder afwijkt van de door de vreemdeling aangegeven beperking dan wel met (de gemachtigde van) de vreemdeling overlegt over de aangegeven beperking. Dit kan het geval zijn indien die beperking, gelet op het feitelijk gewenste verblijfsdoel, kennelijk niet aan de orde is of kennelijk op een vergissing berust. Voorts kan in overgangsrechtelijke situaties, waarin de aanvraag onder het oude recht is gedaan, aanleiding bestaan de reactie van de vreemdeling op het verzoek een beperking naar nieuw recht aan te geven, zodanig te duiden - zo nodig na overleg met (de gemachtigde van) de vreemdeling - dat recht wordt gedaan aan het bij de aanvraag beoogde verblijfsdoel. In het licht van het vorenstaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank aan de door de gemachtigde van eiser gegeven reactie op het verzoek een beperking aan te geven, ten onrechte de conclusie verbonden dat geen beperking was aangegeven. De rechtbank stelt vast dat de door eiser aangegeven gronden om voor een verblijfsvergunning in aanmerking te komen in de loop van de procedure niet zijn gewijzigd. Onder het huidige recht kunnen deze gronden worden gebracht onder de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken’, neergelegd in artikel 3.4, eerste lid, onder w, en artikel 3.6, onder a, Vb 2000. Hierbij wordt opgemerkt dat blijkens hoofdstuk C2/8 Vc 2000 deze beperking is bedoeld voor staatlozen. De gemachtigde van de vreemdeling heeft ter zitting verklaard dat deze beperking meer in de rede ligt dan de ‘onbenoemde’ beperking als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, Vb 2000, die zij in haar reactie van 24 mei 2002 heeft genoemd. Nu aldus de in artikel 3.4, eerste lid, onder w, Vb 2000, genoemde verblijfsbeperking op de aanvraag kan worden toegepast, voorts door verweerder niet betwist wordt dat aan eiser de Turkse nationaliteit is ontnomen en verweerder de aanvraag vóór 1 april 2001 inhoudelijk - als een reguliere aanvraag - heeft behandeld, is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit de aanvraag aan het bij deze beperking horende beleid had moeten toetsen. Beroep in zoverre gegrond. Met betrekking tot de stelling van verweerder dat eiser geen beroep kan doen op het driejarenbeleid omdat hij geen geldig paspoort heeft, overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel volgens het driejarenbeleid de overige afwijzingsgronden van artikel 16 Vw 2000, waaronder (onder b) het niet beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding, blijven gelden, komt aan dit vereiste in een geval als dit, waarin in eerste instantie beoordeeld moet worden of de vreemdeling als staatloze buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten, geen zelfstandige betekenis toe. Immers, indien die vraag bevestigend wordt beantwoord staat daarmee vast dat de betrokkene niet in het bezit kan worden gesteld van een paspoort, zodat dit vereiste alsdan ook niet gesteld kan worden. Beroep ook in zoverre gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
