ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5205
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-01-2003 · zaaknummer AWB 02/53548 VRWET
Inhoudsindicatie
Ongehuwdverklaring / legalisatie / driejarenbeleid. Eiser heeft een aanvraag voor vtv bij partner en het verrichten van loonarbeid gedaan. Eiser heeft in de beroepsprocedure alsnog de vereiste documenten overgelegd. Deze documenten zijn na een langdurige procedure geverifieerd en akkoord bevonden door de minister van Buitenlandse Zaken. Verweerder stelt dat deze stukken te laat zijn ingediend en buiten beschouwing dienen te blijven gelet op de ex-tunctoetsing. De rechtbank is van oordeel dat in casu bezwaarlijk voorbij kan worden gegaan aan het aanzienlijke tijdsverloop sinds de aanvraag is gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank mag van een bestuursorgaan, dat in de loop van de beroepsprocedure de onjuistheid van het genomen besluit inziet en aankondigt het besluit in te trekken, worden verwacht dat het binnen een redelijke termijn opnieuw in de zaak voorziet en met aandacht voor omstandigheden die voor de nieuwe beslissing van belang kunnen zijn. Het bestreden besluit schiet hierin te kort. De rechtbank oordeelt dat het op de weg van verweerder zou hebben gelegen om navraag te doen wat de stand van zaken was in de procedure ter legalisatie van de ongehuwdverkaring alvorens uitspraak te doen. In aanmerking genomen dat de beslissing in die procedure aanstaande was, zou een aanhouding van het besluit in de rede hebben gelegen. In het geval een positieve beslissing van Buitenlandse Zaken zou leiden tot een nieuw toelatingsverzoek waarbij het mvv-vereiste zou worden tegengeworpen, zou op deze wijze verder tijdverlies kunnen worden vermeden. Voorts lag een uitstel van het besluit in de rede omdat uit de voorhanden zijnde gegevens blijkt dat in het geval van eiser sprake is van drie jaar relevant tijdsverloop. Daaraan staat noch het mvv-vereiste noch de inkomenseis in de weg, zodat de zaak zich toespitst op het al dan niet ontbreken van een geverifieerde ongehuwdverkaring. Het besluit van verweerder voldoet niet aan de zorgvuldigheidseis neergelegd in artikel 3:2 Awb. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- C.T.G. van Schie
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
