ECLI:NL:RBSGR:2003:AF4547
Rechtbank 's-Gravenhage · 23-01-2003 · zaaknummer AWB 02/86270 BEPTDN H
Inhoudsindicatie
Liberia / Mandingo. Eiser is afkomstig uit Liberia en behoort tot de Mandingo. Uit het ambtsbericht blijkt dat de positie van deze bevolkingsgroep in Liberia in het algemeen nadelig is. Het beleid ten aanzien van asielzoekers uit Liberia is uitgewerkt in TBV 2002/47, waarin het volgende staat vermeld met betrekking tot de bevolkingsgroep der Mandingo: "gelet op de huidige instabiele veiligheidssituatie en slechte mensenrechtensituatie in Liberia komt een persoon die behoort tot de bevolkingsgroep der Mandingo in Liberia reeds in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, Vw 2000, indien slechts in geringe mate blijkt van op de persoon gerichte daden van verdragsrechterlijke vervolging of van een reëel en persoonlijk risico om bij uitzetting te worden onderworpen aan folteringen of andere onmenselijke behandelingen welke in verband gebracht kunnen worden met zijn etnische afkomst." Eiser heeft verklaard te behoren tot deze bevolkingsgroep. Eiser heeft in de zienswijze gewezen op de slechte positie van de Mandingo. Voorts heeft eiser in beroep aangevoerd dat de omstandigheden in onderlinge samenhang - Mandingo, lid van en activiteiten verricht voor de SUP - ertoe kunnen leiden dat aan hem een oppositionele houding wordt toegedicht. Verweerder heeft zich over dit punt zowel in het bestreden besluit als in het verweerschrift niet uitgelaten. De rechtbank acht dit onzorgvuldig. Gelet op het ambtsbericht alsmede op hetgeen het TBV vermeldt over de positie van de Mandingo's en het feit dat eiser hier een beroep op doet, had verweerder in het bestreden besluit, dan wel in het verweerschrift, de afkomst van eiser tegen de achtergrond van zijn asielrelaas dienen mee te wegen in het kader van zijn beoordeling van de aanvraag. Nu dit niet is gebeurd, ontbreekt aan het besluit een deugdelijke motivering. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de aanvraag ten onrechte in het kader van de AC-procedure afgewezen. Verweerder heeft derhalve gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel alsmede met het motiveringsbeginsel, neergelegd in artikel 3:46 Awb. Beroep gegrond.
Advocaten
- A. van Blankenstein
- A.H.A. Kessels
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
