ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7246
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-12-2002 · zaaknummer AWB 00/3885
Inhoudsindicatie
Vtv klemmende redenen / medische behandeling. Eiser bezit de Turkse nationaliteit. Eiser stelt dat hij in aanmerking komt voor een vtv klemmende redenen van humanitaire aard dan wel medische behandeling. Eiser heeft een ernstig auto-ongeluk gehad tijdens de uitoefening van zijn werk en wordt sedertdien medisch behandeld. Eiser stelt dat er in Turkije geen adequate voorzieningen zijn en dat hij daarom is aangewezen op medische behandeling in Nederland. Voorts ontvangt hij een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in Nederland en is hij hier verzekerd voor ziektekosten. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij op grond van het Europees Verdrag inzake Sociale Zekerheid (EVSZ) niet anders mag worden behandeld dan Nederlandse werknemers. Eiser stelt dat in het bijzonder artikel 38 EVSZ, dat het recht op verstrekkingen bij ongevallen op het werk regelt, met zich brengt dat eiser in de gelegenheid moet worden gesteld zijn medische behandeling in Nederland af te maken. De rechtbank is van oordeel dat in de medische situatie van eiser geen aanleiding kan worden gevonden eiser verblijf in Nederland toe te staan. Ingevolge het van toepassing zijnde beleid komt eiser niet in aanmerking voor de gevraagde vergunning. Evenmin is gebleken van overige klemmende redenen van humanitaire aard op grond waarvan verweerder een verblijfsvergunning in redelijkheid niet heeft kunnen onthouden. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit het EVSZ geen directe aanspraak op een verblijfstitel voortvloeit. Artikel 38 EVSZ behoefde verweerder evenmin tot de conclusie te brengen dat Nederland voor eiser het meest aangewezen land voor medische behandeling was, noch op zichzelf noch in combinatie met de andere omstandigheden. Bij de beantwoording van deze vraag is het EVSZ naar het oordeel van de rechtbank geen relevante factor, aangezien het er daarbij niet om gaat of betrokkene in Nederland aanspraak heeft op verstrekkingen, maar of de behandeling aan Nederland is gebonden. Beroep ongegrond.
Advocaten
- E.M. van den Brom
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- M.A. de Leeuw
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
