Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2002:AF7185

Rechtbank 's-Gravenhage · 31-07-2002 · zaaknummer AWB 02/27049, e.v.

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opvang / herhaalde aanvraag / niet tijdig beslissen. Verzoekster, afkomstig uit Congo-Brazzaville, heeft een bezwaarschrift ingediend bij het COA in verband met een weigering haar toe te laten tot de opvang. Het COA heeft dit bezwaarschrift doorgestuurd naar de rechtbank. Daarnaast heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister over de opvang van verzoekster. De rechtbank is van oordeel dat het niet verlenen van opvang is aan te merken als een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vw 2000. Niet is gebleken dat het COA verzoekster feitelijk toegang tot opvang heeft geweigerd. In zoverre kan verzoekster derhalve niet in haar beroep worden ontvangen. Voorzover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het COA acht de rechtbank van belang of het COA gehouden is een beslissing te nemen ten aanzien van de opvang van verzoekster. De rechtbank is van oordeel dat uit de gedingstukken genoegzaam valt af te leiden dat verzoekster bij haar tweede asielaanvraag om opvang heeft verzocht. Voorts heeft de IND aanleiding gezien advies uit te brengen aan het COA omtrent het verlenen van opvang. Uit de bevoegdheidsverdeling tussen de IND en het COA zoals neergelegd in hoofdstuk C5/20.4 Vc 2000 vloeit voort dat het COA naar aanleiding van het advies van de IND dient te beslissen. Nu in hoofdstuk C5/20.4 Vc 2000 het COA is aangewezen als het beslissingsbevoegde orgaan heeft het COA een eigen verantwoordelijkheid om een beslissing te nemen in het geval door de IND een advies over opvang wordt uitgebracht. Gelet op artikel 4:13, eerste lid, Awb en het bijzondere belang dat kan zijn gemoeid met het verlenen van opvang acht de rechtbank een beslistermijn van één week redelijk. Het bezwaar van verzoekster wordt als beroep opgevat en dit beroep dient als tijdig te worden aangemerkt. Verzoekster kan derhalve in haar beroep worden ontvangen. De rechtbank concludeert vervolgens dat het COA niet tijdig, namelijk niet binnen een week na verzending van het advies door de IND, een beslissing heeft genomen omtrent het al dan niet verlenen van opvang aan verzoekster. Dat het COA het advies van de IND niet heeft ontvangen, ontslaat het COA niet van de verantwoordelijkheid op een dergelijk advies tijdig te beslissen. Beroep in zoverre gegrond. Voorzover het beroep is gericht tegen het niet tijdig beslissen over de opvang door en de vermeende weigering van de minister om opvang te verlenen verklaart de rechtbank zich onbevoegd om daarvan kennis te nemen. Afwijzing verzoek.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • COA te Rijswijk en de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • COA te Rijswijk en de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.