ECLI:NL:RBSGR:2002:AF6897
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-12-2002 · zaaknummer AWB 02/83662, 02/83660
Inhoudsindicatie
Intrekking verblijfsvergunning / ongewenstverklaring. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder terecht het nodige gewicht heeft toegekend aan de strafrechtelijke veroordeling van verzoeker. De voorzieningenrechter constateert dat verzoeker pas 28 maanden legaal verblijf had, toen hij een misdrijf pleegde. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder de veroordelingen van verzoeker in Duitsland niet in zijn overwegingen had mogen betrekken. Deze zijn bij toepassing van de nationaalrechtelijke bepalingen met betrekking tot de intrekking van de verblijfsvergunning en de ongewenstverklaring buiten beschouwing zijn gebleven. De rechter is voorts van oordeel dat niet is gebleken dat de echtgenote van verzoeker op onoverkomelijke problemen zal stuiten, indien zij verzoeker naar Turkije zou moeten volgen om met hem gezinsleven te kunnen uitoefenen. Verder kan niet worden gezegd dat de tot verzoekers gezin behorende minderjarige kinderen, met de Nederlandse nationaliteit, zodanig in de Nederlandse samenleving zijn geworteld dat van hen in redelijkheid niet (meer) zou kunnen worden gevergd dat zij zich met verzoeker in Turkije vestigen. Ook het contact met twee in Duitsland wonende kinderen vormt geen grond voor het oordeel dat de inmenging op de uitoefening van het recht op familie- en gezinsleven in Nederland niet gerechtvaardigd zou zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Nederlandse Staat niet is gebonden aan het mogelijk maken dan wel onderhouden van familiebanden met in een buurland woonachtige kinderen. Tot slot wordt vastgesteld dat sprake is van een gering tijdsverloop tussen de pleegdatum van het gepleegde misdrijf en de intrekking van verzoekers verblijfsvergunning en de ongewenstverklaring. Verweerder heeft in redelijkheid de verblijfsvergunning kunnen intrekken en verzoeker ongewenst kunnen verklaren. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- R.M.J. Lanting
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
